Ivan Heylen Welkom op de website van De Werkmens



Multimedia

INTERVIEW in ‘CHE’ mei 2009

Zes jaar zat Ivan Heylen aan de Azurenkust voor de verwezenlijking van zijn grote droom: de serie Monaco Blue. Maar zijn ambitieuze plannen gingen uiteindelijk niet door. Na tien jaar komt hij nu toch met Miljaardedju Monte Carlo op de proppen, een eigenzinnige bewerking van datzelfde project met zichzelf in de zevenvoudige hoofdrol.

Blankenberge, de overkant van de jachthavengeul. In vogelvlucht is het misschien maar 50 meter van de vuurtoren op het eind van de wandeldijk. Maar te voet moet je de hele havenkom rond en doe je er bijna een halfuur over. Slimmer is de kusttram.

Ivan Heylen is een habitué aan deze kant van de haven. Pintje drinken in het Strandcafé in de duinen, eten in de Oesterput daar recht tegenover. De strandwandeling vanuit Wenduine, waar hij woont, duurt niet eens zo lang.

De schrijver/zanger/tv-maker woonde lang in Oosteeeklo, maar verhuisde een jaar of 10 geleden naar Monaco om er Monaco Blue te maken, een groots opgezette soap van 52 afleveringen. Toen dat plan niet doorging, verzeilde hij weer in Oosteeklo.

IVAN HEYLEN: Toen ik terug in België kwam, ben ik opnieuw voor enkele bladen beginnen te schrijven, wat ik vroeger ook altijd had gedaan. Maar het was op. Ik deed het niet graag meer. En daar zat ik, in mijn fermetteke in Oosteeklo. Het was winter. Het werd pas licht tegen half 10 en om half 4 was het alweer donker. En tussendoor was het mistig en koud. Er gebeurde niets en ik zag niemand. Ik kwijnde weg. Mijn jongste dochter spoorde me aan om iets te huren aan de zee, desnoods op een camping. “Het leven is er optimistischer”, zei ze. Ik ben gaan kijken. Voor 1800 euro per jaar kon je een gebouwtje krijgen met een keukentje. Er was er nog één vrij. Ik heb het meteen genomen. Ik ben er nog dezelfde nacht blijven slapen. Sindsdien ben ik niet meer van de zee weggegaan. En wat mijn dochter zei, klopt: de mensen zijn hier opgewekter.

Ben je zo iemand die elke avond peinzend naar de zonsondergang staat te turen?

HEYLEN: Ach, die zonsondergang. Als je hem tien keer gezien hebt, is het beste eraf, hoor. Pas op, het is niet dat je het beu wordt, je raakt eraan gewend. Ik heb een tijd met zicht op zee gewoond. Ik heb daar moeite voor gedaan, daar zelfs meer voor betaald. Maar na een paar jaar besef je dat het niet nodig is. Je wordt niet gelukkiger van al die kinderen die elkaar in de zomer aan het afranselen zijn op het strand. Dat kwekt wat af op een dag. Je begint te verlangen naar een zicht op de binnenstad, een pleintje of zo waar mensen lopen. En zo’n plek is meteen ook een stuk goedkoper.

Hoe vergelijk je de zee van Monaco met de zee van Blankenberge?

HEYLEN: Het is een ander ras. Ginder is de zee blauw, hier grijs. Er was een jaar dat ik elke dag ging zwemmen in de zee. Ik moest maar de straat oversteken en duiken. Zomer en winter. Het water is er helder. Je ziet de visjes zwemmen. Het is ook een merkwaardige zee. Waar ik ging zwemmen, stond een bord dat je er niet mocht vissen. Aan de andere kant van de golfbreker stond dat bord niet, maar daar waren ook geen vissen. Ge kunt daar niet aan uit. Zo slim zijn vissen.

Hoe duur was het leven daar?

HEYLEN: Je kan daar goedkoop leven ook, hoor. Er zijn ook gewone supermarkten. Al was ik misschien wel de enige FILMPRODUCER die met de bus naar de supermarkt ging en met plastieken zakken over straat liep. (lacht) Ik betaalde 1.000 euro per maand voor een studio. Dat lijkt veel, maar dat is het niet. Daarvoor zit je wel in Monaco, waar je geen belastingen moet betalen. Het was dus eigenlijk goedkoper dan hier. Ik was er terechtgekomen nadat ik Jos Verbeek was gaan interviewen (de bekende paardenjockey; red.). Hij maakte me attent op die studio. Die stond net leeg. Ik heb naar huis gebeld en gezegd: “Zeg, ik woon hier nu.” Moet je zo’n kans laten liggen? Ik woonde in Immeuble Bahia op de Avenue Princesse Grace. Overal zaten rijke, oude weduwes. Als ik gigolo had willen worden, had ik daar mijn kans moeten grijpen. Ik kende een Italiaan die op die manier rijk geworden is. Plots reed die gast met een Ferrari en begon hij met geld te strooien.

Wat voor iemand had hij dan aan de haak geslagen?

HEYLEN: Een oud, lief vrouwtje. Ze zat ooit bij mij op het terras. Ze kloeg dat ze dat jaar 2 procent had verloren op de beurs. Ik zei: “Maar mevrouw, er zijn mensen die 10 procent verloren hebben.” En toen zij weer: “Jaja, maar 100 miljoen dollar blijft 100 miljoen dollar, hè.” (lacht)

Vanwaar kwam dat fortuin?

HEYLEN: Dat weet ik niet, maar de kans is groot dat het van de plastieken buizen kwam. Je mocht het vragen aan wie je wilde: Italianen, Roemenen, Fransen… Bijna alle nieuwe rijken in Monaco hadden fortuin gemaakt met plastieken buizen. Op een bepaald moment zijn ze overal in Europa alle loden buizen – voor de waterleiding en zo – gaan vervangen door plastieken buizen. En wie daarin handelde werd schatrijk. Biologisch waspoeder was ook nog zo’n topper. Die mannen namen hetzelfde waspoeder, maar ze schreven gewoon op de verpakking dat het biologisch was en vroegen er meer geld voor. (lacht) Schatrijk, hè!

Hoe voelde je je tussen al die rijken?

HEYLEN: Ik ben nooit een jaloerse mens geweest, maar op de duur begon het me tegen te steken. Die gasten kochten Ferrari’s of het niets was en ik moest schrapen om mijn maandelijkse 1.000 euro bij elkaar te krijgen. Ach, ik was de armste mens van Monaco, maar dat vond ik niet eens erg. Ik was wel de enige die floot op straat. Op een dag kwam ik Helmut Newton (gereputeerde, ondertussen overleden glamourfotograaf; red.) tegen op een feestje. Ik vertelde hem dat ik een film kwam maken over Monaco. “Dan wens ik je veel geluk”, zei hij. “Volgens mij is het nog niemand gelukt. Ze verbieden hier alles. Als je nog maar een camera bovenhaalt, heb je meteen vijf politieagenten rond je nek.” Enfin, ik heb geluk gehad, zeker? Ik deed mijn aanvraag en kreeg meteen de toestemming. Achteraf hoorde ik dat ik mijn aanvraag had ingediend op het ogenblik dat de overheid net had besloten om haar elitair imago af te werpen voor een imago dat wat populairder was. De echte elite had zich al verspreid naar andere oorden. Ze hadden waarschijnlijk nieuw geld nodig in Monaco. Ik was dus een zegen voor die mensen. Helaas was mijn budget op na twee afleveringen van die soap.

Was dat niet wat snel?

HEYLEN: Nee, dat was zo gepland. Ik ging naar de tv-beurs in Cannes met mijn twee afleveringen. Ik had speciaal voor die beurs een flatscreen gekocht, het was de eerste die op de markt kwam. Velen hadden dat nog nooit gezien, ook de producers van Baywatch niet, twee oude mannetjes die bij mij kwamen kijken wat de concurrentie van plan was. Uiteindelijk was er interesse uit 87 landen, waaronder de Amerikanen van Sony-Tristar. Die nodigden me achteraf uit in Burbank, bij Los Angeles. Maar die onderhandelingen vlotten niet echt. En ondertussen ging ik ook langs bij Carsey-Werner (een Amerikaans productiehuis dat onder andere tv-hits als The Cosby Show, Roseanne, That ‘70’s Show en Third Rock from the Sun heeft gemaakt; red.). Die gasten zeiden: “We nemen 52 afleveringen.” Ik zei: “Je hebt ze tegen de zomer. Geef me het geld en je gaat poen verdienen.” Daar wilden ze niks van weten. Ze wilden dat ik zelf investeerde. “We have the machine. You bring us the product”, zeiden ze. Ik zat in zak en as, want ik had geen geld.

Waarom liet je die Amerikanen hun belofte niet op papier zetten, zodat je in Europa investeerders kon aanspreken?

HEYLEN: Dat heb ik niet gevraagd. Ik was een beetje verslagen op dat moment. Ik was ook niet genoeg zakenman OM OP DAT HOGE NIVEAU ZAKEN TE DOEN. En ik dacht dat ik misschien terecht zou kunnen bij mijn oorspronkelijke financier: een Vlaming, de baas van Europay uit Waterloo, een bedrijf met 800 werknemers (nu opgeslorpt door MasterCard; red.). Maar die man wilde niet meer verder investeren. Een jaar later belde ik terug naar Carsey-Werner om te zeggen dat ik wel iets zou kunnen regelen met een bank, als ik hun belofte maar op papier kreeg. Maar toen waren ze niet meer geïnteresseerd. Voilà, zo snel kan het gaan. Ik had ook nog op mijn eentje naar de bank kunnen stappen. Maar dat heb ik niet gedaan. Er kan te veel fout lopen tijdens zo’n productie. En op mijn eentje kon ik dat financieel risico niet aan. Eén tegenslag en ik zou failliet geweest zijn. Ik zal een voorbeeld geven. Ik wou de opnames van die eerste twee afleveringen laten verzekeren. Ik maakte een afspraak op de set met een verzekeringsmaatschappij en die wilde het doen voor 1 miljoen dollar. Ik heb beleefd bedankt. En je zal het altijd zien. Nog diezelfde dag viel een van onze camera’s in de zee.

Ik had het werk een beetje onderschat. Op een bepaald moment werkte ik met 150 mensen. Speciale gasten dan nog.

Wat voor gasten waren dat dan?

HEYLEN: Die kerels daar zijn al een beetje zuiders, hè. Ze genieten wat meer van het leven, hebben wat minder discipline. Eentje reed met een gehuurde camionette tegen een rots. De hele zijkant ingedeukt. Ze lachten daar eens mee, maar ik moest dat allemaal betalen. Ik heb veel STERRETJES GEZIEN, veel afgezien. Ik vond die periode eigenlijk helemaal niet zo leuk, ze was veel te spannend, ik had te veel stress. Ik was het niet gewoon om met zoveel mensen te werken. ’s Middags moesten ze eten. Wij een restaurant binnen. Ze bestelden een menu en daarna moesten ze nog een dessert hebben en daarna nog een koffie. Fransen! Ondertussen bleef die meter maar lopen. Kijk, ik heb zelf altijd heel hard gewerkt. Ik kon er niet tegen om mensen er op die manier de kantjes te zien aflopen. Of ze waren de hele tijd ziek. Of je kreeg te maken met actrices die gewoon hun rol niet geleerd hadden. Ken je dat? Alles staat klaar, je hebt een lichtinstallatie van een miljoen per dag gehuurd en zo’n knap wijf heeft geen flauw idee waar het over gaat. Ik heb dat kind in die scène dan maar een gsm gegeven, haar gebeld en letterlijk IN DIE GSM voorgezegd wat zij moest zeggen. (lacht)

Tijdens een van de eerste opnamedagen filmden we het einde van de reeks; het grote huwelijk in de jachthaven van Monte Carlo. 150 man op een duUR jacht. Chico and the Gypsies speelden Bamboleo; ook niet goedkoop. Alle rijke mensen in Monaco huurden die band voor hun feestjes. Dus dacht ik: ‘Dat doe ik ook.’ Maar mijn hoofdrolspeler kwam niet opdagen. ‘Ach, die komt straks wel’, dacht ik. Die dag had ik ook de helihaven afgehuurd. Dus gingen we eerst maar de aankomst van de helikopter met mijn hoofdpersonage Monaco Blue filmen. Ondertussen moest ik wel 150 man op dat jacht met hun duimen laten draaien. En die actrices maar bananen bestellen, want iets anders aten ze niet. Soit, met die helikopter waren er ook nog een hoop problemen. Alles stond klaar om te filmen: camera’s, lichten. Komt de helikopter van de verkeerde kant aangevlogen. (hilariteit) Ge kunt het u niet voorstellen of het gebeurde. Alles liep ALTIJD ERST mis. En terwijl we op die luchthaven aan het filmen zijn, landt onze hoofdrolspeler daar toch wel zeker, aan het handje van een vrouw. Bleek dat hij een contract getekend had VOOR EEN PUBLICITEITSPOT MET ONDER ANDERE RGOER MOORE. En ik had hem nOCHTANS laten tekenen. Ik werkte op vertrouwen en ik ben altijd een man van mijn woord geweest, MAAR IK HAD BIJGELEERD. EN TOCH KON IK NIKS DOEN, WEET JE WAT EEN PROCES KOST IN MONACO?

Dan moest je een andere hoofdrolspeler nemen?

HEYLEN: Ik heb toen een andere kerel gebeld die ook naar de casting gekomen was. Een James Bond met een prachtig figuur, maar zijn hoofd… (grijpt vertwijfeld naar zijn eigen hoofd) Mijn dochter was er ook bij. Ze had filmschool gevolgd en ze kwam me helpen met de productie. Toen ze die gast voor het eerst zag, zei ze: “Ivan, hij ziet eruit alsof hij uit een vliegtuig is gesprongen zonder valscherm.” (hilariteit) Ik zei: “Denk jij dat ík dat niet zie? Maar heb jij een andere?” (komt niet meer bij) Om het nog erger te maken, sprak die gast ook alleen maar ENGELS MET EEN Frans ACCENT. Ik vroeg of hij Engels sprak. “Yes”, zei hij. “How do you do?” vroeg ik hem. “Yes”, zei hij weer. Mijn dochter zei: “En het is nog geen groot licht ook.” (Ligt in een deuk) En ik maar schrik hebben. Al dat geld. Miljaardedjuu. (wrijft de tranen uit zijn ogen) Mijn grote probleem was dat we alles zelf moesten doen, mijn dochter en ik. We kregen alleen hulp van Bernard, een Fransman die al wat ervaring had met FRANSE films, MET KOFFIE, DESSERTS EN IMPROVISEREN.

Wat heb je gedaan nadat je geen geld meer vond om de reeks af te maken?

HEYLEN: Ik heb eerst een tv-film gemaakt met het materiaal van de twee afleveringen die ik had. Maar dat was zo goed als onbegonnen werk, want ik had eigenlijk alleen maar aanzetten van plots die in de volgende 50 afleveringen zouden uitgewerkt worden. Het was niet simpel om daar een geheel van te maken. En niemand was in die film geïnteresseerd. Toen na een tijdje vaststond dat het project zou mislukken, ben ik terug naar België gekomen. En hier ben ik dan zelf beginnen te prutsen met computers en zo. Je moet weten, toen ik de film draaide, was monteren nog zeer duur. Mijn eerste dvd, die ik liet maken om mee te nemen naar de tv-beurs in Cannes kostte 120.000 frank (iets minder dan 3.000 euro; red.). En daar kon dan nog bijna niemand hem afspelen. Ze werkten nog allemaal met videocassettes. We spreken van 2000, hè. Die evolutie is enorm snel gegaan. Ondertussen is al dat materiaal gelukkig een stuk goedkoper. Ik heb thuis een hoop nieuwe versies gemonteerd. Maar ik kreeg die plots niet meer aan elkaar gelijmd. Ik experimenteerde met mezelf als verteller, tussen de scènes in Monaco door. En na een drietal dagen, merkte ik dat mijn gezicht er elke dag anders uitzag. Naar gelang mijn stemming of de wind of weet ik veel, verandert mijn smoel. En zo ben ik op het idee van de zeven broers gekomen. Dat was geniaal, de perfecte oplossing voor mijn film. Ik heb mezelf zes broers gegeven, elk met hun eigen karakter, en ik speel ze allemaal zelf. Dat ging soms ver, hoor. Rond de kerstperiode ben ik in Portugal zwaar gevallen met mijn fiets. Recht op mijn gezicht. Ik was zelfs even buiten westen. Toen ik thuiskwam en in de spiegel keek, zag ik dat mijn gezicht helemaal kapot was. Ik riep meteen naar mijn vriendin: “Pak vlug de camera! Ik heb weer een nieuwe broer.” (lacht)

Wie zijn de zeven broers?

HEYLEN: Het zijn zeven broers van ongeveer mijn leeftijd. Oude zageventen, die hard geleefd hebben maar niks opzij gezet hebben voor hun oude dag. Ze hebben hard gewerkt, maar ook veel gedronken en achter de vrouwen aangezeten. Nu ze ouder zijn, zijn ze kwaad op de staat en jaloers op iedereen die het beter heeft. Daarom sturen ze een nichtje naar Monaco om daar te proberen een rijke vent te strikken, zodat ze voor eens en voor altijd verlost geraken van hun financiële problemen. En zo kon ik het beeldmateriaal van de reeks redelijk naadloos inlassen in het verhaal van de zeven broers. En die gasten vloeken veel, een beetje zoals de boer in Het Gezin Van Paemel. En een van hen zingt liedjes: Mijn Pensioen is niet te DoenMijn Orgaan wil niet meer StaanHet Bier is te Dier. Het is bijzonder grappig geworden, vind ik zelf. En weet je, nu is die pijn uit mijn lijf. Eindelijk. Na 10 jaar. Dat ik de film heb afgemaakt is schitterend voor mijn gemoedsrust. Ik kon niet verdragen dat ik gefaald had en ook dat mijn investeerder zijn geld kwijt was. Pas op, die mens is rijk genoeg en hij heeft nooit gereclameerd, maar ik wil hem toch op een of andere manier terugbetalen. Nu gaat dat misschien lukken. En dan begin ik meteen ook te dromen, hè. Volgens mij kan je het gevloek van de broers ook in het Engels vertalen. Zo’n Nigel Williams zou dat perfect kunnen. Als de film hier aanslaat, is dat het overwegen waard. Je weet maar nooit. En ik heb ervaring met overdubben.

Waar heb je die ervaring opgedaan?

HEYLEN: Voor Monaco Blue had ik een multinationale cast. Al die acteurs spraken allemaal Engels met een accent. Geen probleem, dacht ik, want iedereen in Monaco spreekt ofwel Frans met een accent, ofwel Engels met een accent. Dat is in het echt ook zo. Maar voor de Amerikanen was dat gebrekkige Engels wél een probleem. Dus moest ik de stemmen opnieuw laten inspreken. Ik kwam bij een gereputeerd bedrijf terecht in de Londense West End. Daar maakten ze een proefopname van drie minuten met zes stemmen voor elk belangrijk personage, waaruit ik dan mocht kiezen. Maar alleen dat al kostte meer dan de film zelf. Ik kreeg bijna een hartverlamming. Uiteindelijk kreeg ik in een kroeg na een optreden van Jerry LEE Lewis een goede tip: “Ga naar Tony Atkins in Dagenham, een buitenwijk van Londen.” Ik de volgende dag ernaartoe. Een uur met de metro. Toen ik uitstapte, zag ik overal uitgebrande autowrakken en vervallen loodsen. Daartussen stond de studio van Tony. Ik kwam er binnen en hoorde alleen maar gekriep (doet het geluid van een neurotische roadrunner na). Bleek dat Tony alleen tekenfilms van geluid voorzag. Maar hij wilde het uiteindelijk toch proberen. Hij heeft dat naar best vermogen gedaan. Voor een iets te klein budget, blijkbaar. Super, hoor. Maar de stem van de grootvader en die van de kleinzoon klonken uiteindelijk verdacht identiek. Toen ik daar later een opmerking over maakte, zei Tony: “Dat is normaal, ze zijn toch familie?” (lacht)

Hoe goed ging het acteren je af?

HEYLEN: Maar ik acteer al heel mijn leven. Optredens van mij waren eigenlijk stand-upcomedy, twee uur aan een stuk, twee tot drie keer per avond. Ik ga niet beweren dat ik een goede acteur ben, maar ik was wel de beste die ik voor deze film had. De goedkoopste ook. En waar vind ik een acteur met zo’n kop en zo’n expressie?

Je speelt alle broers zelf, terwijl je met Martin een echte bekende broer hebt.

HEYLEN: Ik had graag met hem samengewerkt, maar hij ziet het niet zitten. Zijn motto is: ‘Met je familie moet je je amuseren, je moet er niet mee samenwerken.’ Je moet weten dat Martin 10 jaar jonger is dan ik. Hij was 16 toen ik Keizer van Vlaanderen was (met hits als De Werkmens en Schoon Wijveken domineerde Heylen in de seventies een drietal jaar de hitlijsten; red.). Hij was een schone jongen met lang haar, maar iedereen vroeg altijd naar zijn broer. Dat was misschien niet zo fijn toen. We krijgen nog regelmatig de vraag voor een dubbelinterview. Mij niet gelaten, maar hij doet het liever niet. En dat is zijn goed recht. Dat respecteer ik. Ik had hem nochtans graag zien meedoen, want hij is een heel goede acteur. Ik heb hem ooit gezien in het amateurtheater. Hij kan een geweldig goede EEN dwazerik neerzetten.

Je gaat stilaan naar de 65. Welke professionele plannen heb je nog?

HEYLEN: Als de zeven broers aanslaan, ga ik ze nog gebruiken. Vóór Monaco Blue heb ik nog een film gemaakt, die ik van de rechter nooit heb mogen uitbrengen (De Wilde Boerendochter met onder andere de langste seksscène in de Vlaamse filmgeschiedenis tussen Eddy Planckaert en Wendy Van Wanten. Die laatste diende een klacht in; red.). Ik denk dat ik die film met de broers ook kan rechttrekken. Ik heb ook nog een idee over de zeven broers en de Ronde van Frankrijk. Ik heb nog zeer goed materiaal liggen van alle plezante flandriens met hun anekdotes over de Tour. En ik ga aan een autobiografie werken. Dat moet ik doen voor ik dood ben, want anders gaat mijn broer ze maken en dat wil ik vermijden. (lacht)

Je hebt jaren aan een stuk zelf interviews geschreven voor het toenmalige weekblad Panorama. Wat is je beste herinnering aan die tijd?

HEYLEN: Ik kreeg ooit Rik Van Looy en Rik Van Steenbergen (legendarische wielerkampioenen uit de jaren stillekes; red.) samen voor een interview. Dat was zeer uitzonderlijk. Van Looy had geld gevraagd, en gekregen. Aan Van Steenbergen had ik niets gegeven. Vooral omdat hij het niet gevraagd had. Ik ben niet gek. Maar op een of andere manier is hij het toch te weten gekomen. Jaren later zat ik in De Raaf in Antwerpen, toen het stamcafé van de Panorama-redactie. Opeens grijpt iemand mij langs achter bij mijn keel. Het was een woedende Van Steenbergen: “Gij hebt Van Looy betaald en mij niet, gij uitschot.” (lacht) Ach, het was een mooie tijd. Ik heb nog gedanst met Liesbeth List, om drie uur ’s nachts in HET LEEG RESTARANT VAN HAAR MAN in Amsterdam. We dronken duikboten, glaasjes jenever die we met glas en al in een pint lieten vallen, liefst van zo hoog mogelijk. EN WE DANSTEN. EEN ONVERGETELIJK INTERVIEW EN MOMENTUM.

Jij en je broer zijn allebei goede schrijvers geworden. Terwijl je vader trucker was en je moeder cafébazin.

HEYLEN: Maar mijn moeder schreef op school heel mooie opstellen, zei ze altijd (LACHT). En thuis hadden we een bibliotheek met alles van Max Brand, die over cowboys schreef, en Jack London, die over Alaska schreef, TWEE GENIALE VERTELLERS. Als 16-jarige was ik al plaatselijk correspondent voor de krant, maar ik geraakte niet vooruit. Dus kwam ik in de fabriek terecht. Maar ik schreef ook gedichtjes en zo. Die ben ik op muziek beginnen te zetten. Mijn gitareke erbij en zingen. Dat sloeg beter aan.

Waren je ouders ook muzikaal?

HEYLEN: Mijn vader wel. Hij speelde accordeon, banjo en trompet. Als kind mocht ik niet gaan spelen voor ik een nieuw liedje kon spelen op de accordeon. Maar ik heb nooit graag muziek gespeeld. Zodra ik een instrument kon bespelen, was ik het beu. Ik heb dus ook nooit echt goed gitaar leren spelen.

Hoe schreef je dan je nummers?

HEYLEN: Meer dan drie akkoorden heb je voor een nummer toch niet nodig. Op een bepaald moment in de seventiesmoesten nummers heel ingewikkeld zijn: hoe meer akkoorden en overgangen, hoe mooier de mensen het vonden. Ik heb daar nooit aan meegedaan. Geef mij maar Brassens: simpele muziek met mooie teksten. Of AC/DC: drie akkoorden en gaan. Een van mijn favoriete liedjes is Highway to Hell. Vooral omdat ik op dat nummer ooit een bloedmooi meisje zag strippen en dansen op de tafels van de Voile Rouge, een strandbar in Saint-Tropez. Sindsdien blijft dat liedje in mijn hoofd spoken. (lacht) Maar ik ken niet zo veel van muziek. Nadat ik bekend was geworden, heb ik nooit meer naar de radio geluisterd.

Waarom niet?

HEYLEN: Als ze mijn liedjes speelden werd ik kwaad, want ze zeiden er constant lelijke dingen over mij bij: “Hij is daar weer met zijn dom dialect en zijn stomme verhaaltjes en zijn drie akkoorden.” Dan was ik twee dagen ambetant. Maar als ze mijn liedjes niet speelden, werd ik ook ambetant. (lacht)

Kan je goed tegen kritiek?

HEYLEN: Natuurlijk niet. Zeker niet als die niet gegrond is. In de tijd dat ik tv-programma’s maakte, kreeg ik er elke week van langs in Humo omdat ik niet op de lijst van de communisten was gaan staan.

Dat moet je toch eens uitleggen.

HEYLEN: ALS ‘DE WERKMENS’ was ik nogal populair in communistische kringen. Ik werd dikwijls gevraagd om te komen spelen op stakingen. Voor dokwerkers, fabrieksarbeiders en zo was ik een ware held. Ik had zelf dubbele shiften gedraaid in de fabriek om mijn kinderen te kunnen eten geven. Ik was de man die het allemaal kon uitleggen, die het goed kon zeggen. In de jaren ’70 waren er in Frankrijk veel vedetten op communistische lijsten. Dat was toen blijkbaar mode daar. En zo kwamen de Belgische communisten bij mij uit. Ze vroegen me voor de verkiezingen. En ik zei met mijn grote bek: “Ik wil dat wel doen, maar alleen als ik lijsttrekker mag worden.” In die tijd zat er, geloof ik, nog één communist in het parlement. Zijn plaats op de lijst wilde ik. “’t Is goed!” zeiden ze tot mijn verbijstering. Ik schrok me een bult. Die mannen stelden toen een heel campagneplan op, maar toen puntje bij paaltje kwam, begon ik na te denken: ‘Wat zou ik in de politiek gaan DOEN?’ Dat was echt niks voor mij. Ik heb me afgemeld en dat zijn SOMMIGE communisten me altijd zeer kwalijk blijven nemen. En de man die toen de tv-kritieken schreef voor Humo, ene Willy Courteaux, was een van die weinige prominente communisten in Vlaanderen. Die heeft mijn afzegging nooit kunnen verkroppen. Bij elk nieuw tv-programma dat ik maakte, schreef hij me trouw de grond in. (lacht)

Heb je ooit problemen gekregen met de overheid met al die linkse sympathieën?

HEYLEN: Ik ben nog een tijdje achtervolgd geweest door … DENK IK… de Staatsveiligheid. Ik zat in de auto toen ik ze in de gaten kreeg. Ik vertraagde, zij ook. Ik ging sneller rijden, zij ook. En toen de ene verdween, kwam een andere auto in de plaats. Pure James Bond. Blijkbaar vonden ze me gevaarlijk. In de pers had ik een stoute muil, maakte van mijn oren, nam het op voor de werkmens en tegen het establishment. Dat werd niet geapprecieerd in sommige kringen. In die tijd hadden de supporters van Lierse mijn hit Schoon Wijveken verbasterd tot Schoon Lierseken of zoiets. Ik werd uitgenodigd in het stadion om het te komen zingen, werd op handen gedragen en achteraf uitgebreid gefêteerd. Tot Herman Vanderpoorten, een toen vooraanstaande liberaal die ook voorzitter was van SK Lierse (en de vader van ex-minister Marleen Vanderpoorten; red.), me even apart nam en zei: (dreigende stem) “Kijk hè jongen, dat liedje… tot daar. Maar verder moet ge uw muil houden!” (lacht) Authentiek. Ik schrok mij dood. En dan sloeg hij opnieuw zijn arm rond mijn schouders en verscheen er weer een brede smile op zijn gezicht voor de supporters. Alsof er niets gebeurd was. Ik heb trouwens ook een keer de koning afgescheept.

Hoezo?

HEYLEN: Ze belden me om te komen zingen op een of ander koningsfeest voor Boudewijn. Ik vroeg of het een grote zaal was of een kleine zaal. Voor kleine zalen vroeg ik 4.000 frank (100 euro), voor grote 6.000 frank (150 euro). Ze antwoordden: “De koning betaalt niet, hij geeft een geschenk: een tinnen schotel.” Zo had ik er een week eerder nog een gekregen op een carnavalsfeest in Nederlands Brabant. Man, je kan niet geloven hoeveel tinnen schotels ik heb gekregen. Dus zeg ik tegen die mens: “Komaan, de koning is zo rijk, en ik ben VADER VAN DRIE KINDEREN en arm en met een tinnen schotel kan ik geen eten kopen voor mijn kindjes.” Toen hebben ze maar Walter De Buck in mijn plaats gevraagd. (lacht)

Benieuwd naar de film?: www.ivanheylen.be

Bij een lekkere maaltijd in de Oesterput, dronken we achtereenvolgens: een fles Isla Negra, een Chileense chardonnay; een fles Quinta do Carmo, een Portugese alentejo; en ten slotte een Belgian Coffee, een koffie met Mandarine Napoléon.

IVAN HEYLEN: Ik heb nog mijn eigen bier gemaakt. Ik liet gerst pletten door een oude molenaar in Oosteeklo. Ik deed dat in een grote kuip met bakkersgist en bruine suiker. En na een tijd werd dat bier. Het was bijzonder lekker, als een bruine trappist. Ik schonk het aan de mensen die bij mij op bezoek kwamen. Als ze naar buiten gingen, liepen ze ZO GOED ALS ZEKER tegen de deurstijl: DOOR DE BIERGEEST. Ik had een hangmat tussen twee fruitbomen voor mijn huis aan de straatkant. Daarin sliepen ze dan hun roes uit. Ik ben met dat bier moeten stoppen omdat ik er zelf te veel van dronk. Aartsgevaarlijk. Nu drink ik niet zo veel bier meer. Een witte van Hoegaarden gaat er nog in. Dat drink ik als ik pijn in mijn benen heb. Als ik er vijf van gedronken heb, is de pijn weg. (lacht)

Witte wijn heb ik ook nog gemaakt. Bij een groothandelaar op Sint-Jacobs in Gent kocht ik alle OVER_RIJPE druiven op. Ik plette ze en maakte er wijn van, die ik in van die grote buikflessen goot. Daar haalde ik kleine kannetjes uit. Ook daarmee moest ik stoppen. De mensen spraken er schande over: OVER DIE NAAKTA MANNEN DIE HUN ROES UITSLIEPEN IN DIE HANGMAT. HiHI. En eerlijk gezegd was het ook een schande, zo lekker dat die wijn was. Kaas heb ik ook een keer gemaakt. Dat was allemaal in dezelfde periode; de tijd dat ik nog dicht bij God stond. (lachje) Ik liet de kaas stollen en rijpen in die fruitbakjes van mijn fruitverkoper. Maar nadat ik ervan gegeten had, ben ik zeer zwaar ziek geworden. Ik wist niet dat die fruitbakjes bewerkt werden met insecticiden. Die waren in de kaas gedrongen. Ik was bijna dood. Vergiftigd. Dan probeer je al eens je eigen voedsel te maken. ZOALS MIJN BROER JOS HEYLEN ZEGT: “BOER, WERKMAN OF BAAS, MAAK NOOIT JE EIGEN KAAS”.

Met dank aan: De Oesterput, Wenduinse Steenweg 16, Blankenberge (www.oesterput.com)


Interview Story juni 2009

Wie hoogt grijpt, kan diep vallen. Zanger-journalist Ivan Heylen (63) weet er alles van. De voorbije tien jaar heeft de man sterretjes gezien. Maar ‘de werkmens’ krijg je niet zomaar klein. Koppig is hij weer uit het dal geklauterd. “Het is niet altijd makkelijk geweest, maar mijn beste tijd moet nog komen.”

Flashback naar 1999. Ivan Heylen koestert wilde plannen. Hij verhuist naar Monte Carlo, om daar helemaal in zijn uppie een soap te gaan draaien. Monaco Blue moet de opvolger worden van Dallas en Dynasty, en Ivan een zorgeloze oude dag bezorgen. Iedereen verklaart hem voor gek, maar twijfelen doet hij niet. Dit wordt de wereldhit waarvan hij altijd gedroomd heeft.

En warempel, even lijkt het hem te gaan lukken. Ivan boldly goes waar geen Vlaming hem ooit is voor geweest: het inner sanctum van het Amerikaanse productiehuis Carsey Werner (o.m. bekend van The Cosby Show en Third Rock from the Sun, red.). Of meneer Heylen alstublieft 52 afleveringen van Monaco Blue zou willen draaien?

Euforie alom… tot het hele project als een kaartenhuis – en Ivan als een pudding -  in elkaar zakt. Zijn gedroomde appeltje voor de dorst wordt HEM NIET GEGUND.  “Ik had me nog geen dag in mijn leven VERLOREN gevoeld. Tot dan,” herinnert hij zich. Van Monaco Blue naar de Monaco blues: het was maar één letter verschil…

Leven als een plant

April 2009, het strand van Blankenberge. Ruisende branding. Krijsende meeuwen. Ivan heft het glas, het zoveelste van die middag, en klinkt op het leven. Genieten, dat heeft hij nooit verleerd, ondanks alles. “Ik pak tegenwoordig zware pillen”, zegt hij. “Voor mijn bloeddruk. Die is tien jaar geleden ineens op hol geslagen. Ik had 24, stel je voor! Ik zat lekker te eten, in een restaurantje in Monaco, en ineens lag ik met mijn kop tussen de borden. Naar het ziekenhuis wou ik niet, want die zijn daar onbetaalbaar. Dus vroeg ik aan een apotheker of hij even mijn bloeddruk kon meten. Die man dacht eerst dat zijn machien kapot was. Zo hoog, dat had hij nog nooit gezien. (lacht)

Tegenwoordig heb ik bloeddruk 16, ook al niet weinig. Tja, de kleppen die doorslaan, zeker? Weet ik veel. Ik las ergens dat journalisten, na piloten in de burgerluchtvaart, de laagste levensverwachting hebben. En ik was op de koop toe nog zanger ook. Die trekken het ook sowieso al niet lang. (lacht) Ach, vroeg sterven: als dat de prijs is die ik moet betalen, dan is het maar zo. We gaan er subiet nog ene pakken, zie. Ik kan toch niet leven als een plant? Daar heb ik nog altijd te veel adrenaline voor.”

“Ik was op, leeg geschreven”

Zijn oog valt op een eenzame wandelaar langs de vloedlijn. “Ik ben de voorbije twee jaar veel gaan wandelen aan zee”, zegt hij. “Dat heeft me deugd gedaan. Almaar stappen, kijken naar de branding, en nu en dan eens tegen de zee schreeuwen. Voetje voor voetje heb ik zo geleerd om zonder pijn en angst over mijn leven na te denken. Jawel, angst. Verbaast je dat? Vergeet niet dat ik al die jaren gewerkt heb op een niveau dat het mijne niet is. Ik ben en blijf de werkmens, hé. Voortdurend heb ik me moeten heruitvinden, ik ben mijn hele leven in demarrage geweest. Dat eist zijn tol.”

Plechtig overhandigt hij me de dvd van Monaco Blue - Miljaardedju Monte Carlo, de film waaraan hij net de laatste hand heeft gelegd. Twaalf cm in doorsnede, het resultaat van 10 jaar wroeten en zich weren. In de film hervertelt Ivan het verhaal van Monaco Blue op zijn manier, op zijn Heylens. Scènes uit de soap worden afgewisseld met beelden van hemzelf, terwijl zijn filmpersonage hun frustraties uitschreeuwen: “Werkmens geboren, werkmens gekloot! Miljaarde, miljaarde!”

“Ik ben apetrots op dat schijfje”, zegt hij. “Al moest het oorspronkelijk natuurlijk iets heel anders worden. Mijn pensioen, dat was het. En het is me ei zo na nog gelukt ook. Voor hetzelfde geld zat je hier met een multimiljonair te praten.”

Het begon allemaal in 1999, vertelt hij, toen hij in een opwelling besloot naar Monaco te verhuizen. “Wat bond me hier nog? Mijn vijf kinderen, juist. Maar de jongste was net 18 geworden, had vast werk en ging alleen wonen. Mijn contract bij VT4 liep af, en de Nieuwe Panorama – het tijdschrift waarvoor ik 20 jaar lang de grote interviews deed – was er ook mee gestopt. Ik was 52 en moest weer helemaal opnieuw beginnen. En bovendien, ik was op, leeg geschreven. Ik dacht: laat ik eerst maar verhuizen naar een plek waar de zon schijnt. Mijn studio-tje in Monte Carlo kostte me 1000 euro per maand. Betaalbaar, dus.”

“En weg was Wendy”

“Het idee om in Monaco een soap à la Dallas te gaan draaien, werd me aan de hand gedaan door een Vlaming die ik daar ontmoette. Dat is het, dacht ik meteen. Het enige dat ik moest doen was een scenario schrijven en de nodige fondsen vinden. Ik besloot eerst in Vlaanderen de film De Wilde Boerendochter te draaien. Wat ik daaraan verdiende zou ik investeren in Monaco Blue.

Nogal wat van mijn spaarcentjes zijn opgegaan aan die film. Maar ik maakte me geen zorgen. Met Wendy Van Wanten en Eddy Planckaert in de hoofdrollen had ik geheid een hit. En toen sloeg het noodlot toe. Net toen we begonnen te draaien, lekte uit dat Wendy een affaire had met prins Laurent. Daar was heel wat om te doen, tot op CNN toe. Waarschijnlijk heeft dat een rol gespeeld. Of misschien hebben vertegenwoordigers van het hof dat meisje onder druk gezet. De echte reden ken ik niet. De woensdag zei ze: Ivan, ik ga prinses worden. En op donderdag, de voorlaatste draaidag, stapte ze ruziemakend op. Ze slingerde me wat verwijten naar mijn kop omdat ik haar niet genoeg had behandeld als een diva, en weg was ze. Die draait wel weer bij, dacht ik. Maar dat deed ze niet. Meer zelfs, samen met haar ‘huisadvocaat’ Johan Cranse stapte ze naar de rechter en slaagde erin De Wilde Boerendochter te laten verbieden. Tja, die Cranse, dat is een hele goeie. Ik heb het geweten: mijn filmbedrijfje werd enige tijd later failliet verklaard en de inboedel in beslag genomen. En deze jongen in zak en as.

Maar ik had geluk bij een ongeluk. Zegt een van die heren, die deel uitmaken van zo’n curator-trio, tegen mij: Ik ken misschien wel een investeerder voor jouw soap in Monaco. Geloof het of niet, het was nog waar ook. Even later stond dat geld op mijn bankrekening en kon ik twee pilootafleveringen van Monaco Blue beginnen draaien. Al zeg ik het zelf, ik heb in het genre wereldkwaliteit kunnen afleveren. Op de tv-beurs in Cannes, waar ik een stand had, werd de reeks superenthousiast ontvangen. Maar positieve reacties zijn één ding, daarna moet er ook nog onderhandeld worden. En om op zo’n hoog niveau zaken  te doen, daarvoor had Ivanneke Heylen toch enige steun kunnen gebruiken.”

Ik was knock-out”

“Ik heb te veel zelf moeten doen, vooral wat de distributie betreft. Zo simpel is het. En ik was naïef. Wist ik veel dat een mondelinge afspraak niet telt voor die mannen. Voor hen zijn dat vrijblijvende besprekingen. (grinnikt) Ach, wat wil je ook? Stond ik daar ineens op het hoogste verdiep van Carsey-Werner. Ik en mijn dochter van 20, die film had gestudeerd en gelukkig een zeer bruikbare co-producer bleek te zijn. Maar de kostprijs van die productie ging me boven mijn petje. Om die 52 afleveringen te kunnen draaien moest ik een persoonlijke lening van meer dan zes miljoen euro aangaan, en dat durfde ik niet. Ik ben nochtans niet vies van enig risico. Ik heb mijn hele leven moeten durven, hé. Ik werkte in de fabriek en had al drie kinderen toen ik De Werkmens schreef. Ik hoor het mijn schoonmoeder nog zeggen: Is hij weer bezig met zijn gitareke? Hij zou beter de hof omspitten.

Maar zes miljoen euro? Er zijn grenzen. Eigenlijk had ik nooit verwacht dat ik het geld voor Monaco Blue zelf zou moeten ophoesten. Ik zweer je, het komt hard aan als zo’n project, waaraan je jarenlang bijna obsessief hebt gewerkt, uiteindelijk niet kan doorgaan. Dat was ronduit verscheurend, een uppercut van jewelste. Ik vond geen rust meer, lag hele nachten wakker. Uiteindelijk ben ik er helemaal onderdoor gegaan. Ivanneke de filmmaker was knock-out, verslagen.”

“Godverdomme, het is mislukt”

“Ik heb nog van alles geprobeerd. De pilootafleveringen samengevoegd tot 1 tv-film: alleen een paar kleinere landen waren geïnteresseerd. De moeite niet waard, gezien onze grote investering. De film gehermonteerd tot 6 afleveringen voor vtm: die moesten dat ook niet hebben. (diepe zucht) En maar blijven zoeken en wroeten. Ik geraakte geen meter vooruit.

Uiteindelijk moest ik wel naar België terugkeren. Ik trok me terug op de buiten, in het fermetje van mijn grootvader. Daar in die schuur zat ik dan. Helemaal alleen, in de kou en de mist, met Blokken op tv als enige ontspanning. (glimlachje) En in mijn kop bleef dat maar malen. Godverdomme, het is mislukt. Die nederlaag, dat vrat als een kanker aan mijn hersenen.

Mijn dochter Helena, die croupier WAS in het Casino van Blankenberge, heeft me ten slotte naar de kust gehaald. Kom hier wonen, Ivan, zei ze. Er is meer beweging, en de mensen zijn optimistischer. Ik besloot haar raad op te volgen, huurde voor mezelf een klein huisje op een camping. De juiste beslissing. Stilaan kreeg ik weer meer energie. Ik dacht: Ik probeer het nog eens.

Helemaal in mijn eentje ben ik Monaco Blue opnieuw beginnen monteren. En wéér kon ik er niet van slapen. De passie was terug. Om drie uur ‘s nacht wakker schieten, onmiddellijk achter de monteermachine gaan zitten, en dan in één ruk doorwerken tot acht uur. Alles geven.

Op 20-30 verschillende manieren heb ik geprobeerd het verhaal een andere -  meer actuele – structuur te geven. Uiteindelijk zag ik het licht: ik moest de originele filmopnames mixen met opnames van mezelf als verteller, om het contrast tussen het rijke Monte-Carlo en mijn Vlaanderen te benadrukken. Nu vertellen zeven verschillende broers Heylen het verhaal van het hoofdpersonage. (tikt met zijn wijsvinger op het dvd-schijfje) En zo is Monaco Blue nu Miljaardedju Monte-Carlo geworden. Ik heb er een ziel in gestoken, een stuk van mezelf. En ik ben content. Niet dat we ook maar één fractie van onze investering gaan terugverdienen. Ach, voor mij is het voldoende dat de film er nu is. Als de engelen van de vrede me na dit gesprek komen halen, dan ga ik met het gevoel dat ik iets van waarde heb achtergelaten.”

“Ik ben nog niet dood”

(zucht) “Tien jaar van mijn leven heeft dat ding me gekost. Tien jaar! Mijn vriendin zei: Ivanneke, waarom doe je nog moeite? Laat ons gewoon content zijn met wat we hebben. Maar dat kan ik niet, jong. Ik ben nog niet dood, hé. Er zit op mijn 63ste toch nog een béétje leven in(lacht). En als het weer meezit, heb ik nog altijd diezelfde razende drive waarmee ik destijds in mijn keukentje De Werkmens zat te schrijven. Alles uitwringen, tot de laatste druppel. Dat zit er ingebakken. Straf, hé?

Eén troost heb ik: Charlie Chaplin heeft destijds ook tien jaar geprutst aan zijn meesterwerk The Kid: helemaal alleen in een berghutje en, net als ik, zwaar in de put. Ik ben in Zwitserland zijn graf gaan bezoeken, om een babbeltje met hem te slaan. Ja Charlie, jong. Ge hebt ook altijd hard gewerkt, maar gij had tenminste succes. En achteraf had ge nog een schoon leven. (dromerige glimlach) Hij is op zijn 60ste getrouwd met een piepjong meisje en heeft nog een rist kinderen met haar gemaakt. Ik heb altijd gedacht dat dat ook wel iets voor mij zou zijn. (schouderophalend) Ach, laat ook maar. Ik bracht vijf dochters groot. Dat is meer dan genoeg tegenwoordig, nee?

Verwerkt? Neen, dat is het nog lang niet. Ik heb mensen teleurgesteld, hé: mijn acteurs…  Misschien daarom dat ik het nooit heb opgegeven. Het zit diep, ja. Maar ik kan nog altijd lachen om mijn eigen stommiteiten. Is dat niet belangrijkste?

Ik ben op prepensioen nu. Elke maand wordt er een belachelijk laag bedrag op mijn rekening gestort. Ver onder de armoedegrens. Vreemd eigenlijk: na al die jaren als zelfstandige, krijg ik minder pensioen dan iemand die zijn hele leven heeft gestempeld. (hoofdschuddend) Ja jong, een mensenleven: almaar vechten en vechten tegen de dingen die je overkomen. En toch, in se ben ik nog altijd diezelfde kleine jongen, die thuis in een schriftje zijn verhaaltjes neerpende. Een verteller, meer heb ik nooit willen zijn en meer wil ik niet worden. Zo simpel zit een mens soms in elkaar.”

We nemen afscheid. “Drinken we er nog een?”, vraagt hij. “Een allerlaatste? Neen? Ik hoop echt dat we elkaar nog eens terugzien.” Hij draait zich om en wandelt het licht van de ondergaande zon tegemoet, de handen diep in zijn zakken. Even verbeeld ik me dat ik hem zachtjes voor zich uit hoor zingen: Hier loopt ne werkmens, ne werkmens…

Tekst: Geert Huysman

in Story

TOURVERHALEN 2008

verschenen in

HET LAATSTE NIEUWS

Nostradamus voorspelde de ritzege van Steegmans in Parijs

1   DE START TE BRESSE, BRETAGNE

Er zijn twee havens met restaurants in Bresse. Er is de Haven van Commerce en le Port du Plaisence, de haven van plezier. Ik kan niet kiezen.. “Bresse heeft absoluut de Tour niet nodig”, zegt een taxichauffeur. “Het is weggegooid geld.” In de stad zie je inderdaad geen gele bloemperken, geen gele ballons. “We hebben geld nodig, geen blabla.”

Ik beland in een klein hoekje van een gezellig restaurant in Port de Plaisence het is verdeeld in twee open ruimtes. De ene kant dient als eetzaal en is leeg, de andere kant is een loto-bar tabac en daar staan enkele stoere mannen Ricard te drinken. Het is er sfeervol, maar de keuken is niet op topniveau. Mijn gegrilde kotelet ziet roetzwart en smaakt naar asse van eiken wijnvaten. In een haven van plezier moet je een laag profile houden, maar trop is teveel. Ik stuur de kotelet terug. Rosé had ik gevraagd. De baas is kwaad en sterk en kaal en besnord en kijkt mij lang in de ogen. Ik vrees het ergste. Het is twaalf uur en in de bar tabac zit het nu vol matrozen, vrolijke dames en werklozen. Ze drinken grote pinten (2,5 euro) en de deur staat open vanwege dikke wolken sigarettenrook. Het is koud.  Bresse ligt in de neus van Frankrijk, midden de Atlantische Oceaan en het waait er altijd. Bernard Hinault komt van hier en hem zie je nooit lachen. Een copie van een oude juke box speelt ondertussen Jailhouse rock gezongen door Johnny Halliday.

De lucht trilt van de goesting en het rookverbod wordt absoluut niet correct nageleefd. Ook de wet op de koteletten niet, want ze is wéér zwaar aangebrand. Ach, wie kan het nog wat schelen? Cognac meneer? Laat maar komen. De werklozen, de dames en de matrozen zingen nu mee met de juke box. “In de haven van plezier, waar de zeemannen blinken, haringen stinken, in de haven…” De baas blijft kwaad kijken. Ik steek een duim in de hoogte: goeie koteletten. Franse bierdrinkers praten de hele tijd, blablabla én stoefen! Ze weten alles. Dit jaar zal een Fransman de tour winnen, zeggen ze. Alle ploegen gaan samenspannen, want de tour moet weer Frans worden. Dààrom mocht de ploeg van Bruyneel niet meedoen! En dan ineens is het gedaan. Om half drie. ’s Middags hé!  De dienster is weg, en het volk ook. En de baas zegt dat de zaak pas weer open gaat om zeven uur. Goed, ik moet toch naar de voorstelling van de wielerploegen op de grote markt. “Godverdomme, het is hier koud”, vloekt Leif Hoste. De lotto’s hebben twee uur zitten wachten in de bus en staan verkleumd op het podium. Die van Quick Step zijn net weg. Ook verkleumd. Ze hebben geen vet meer de coureurs van vandaag, en de zeewind is onverbiddelijk. “Miljaar, miljaar.” De tour is lang en gevaarlijk en ze hebben allemaal een geluksbrenger meegekregen van thuis. Een haarlok van hun moeder, een brief van hun vader en een bh van hun lief. En voor de start gaan ze langs bij een waarzegster, reken maar, want ze zijn superbijgelovig. “Leif Hoste zal een rit winnen, maar is aan het eind van de Tour ontevreden”, zeggen de tarotkaarten. En wat van Cadell Evans? “Evans wordt al snel geneutraliseerd als favoriet, maar er komt een oplossing die getuigt van leiderschap en mannelijkheid.” Acht, het zijn jonge mannen de Silence-jongens en ze tappen graag moppen. ”Tom Boonen komt tijdens de rustdag naar de tour voor een meet en weed.” En nu we het toch over Silence-Lotto hebben, in dat café aan de haven hoorde ik ongewild een gesprek tussen twee Australische journalisten. “Zal Robby McEwen een rit winnen?” Antwoord. “Hij is snel en gemeen en bedriegt en liegt als de besten. Hij zal dus minstens één rit winnen.” Straf hé?

Iedereen is het er over eens dat het een rare tour wordt. Er loopt hier zelfs iemand rond met een Turkse snor die zegt dat hij Nico Mattan is (foto)

. Ik hou u op de hoogte. Bon tour, bonjour en tot morgen.

-NANTES, WEER SPURT GEMIST

De Quick Step-ploeg is aan het instorten. Een ploeg met de snelste spurter van de wereld in de rangen heeft de hele wereld tegen zich. Dat moet je aanvaarden, dan moet je harder, beter en gemener zijn dan de duivel. En dat zijn ze niet. Het zijn verslagen Samoerai, niemand heeft medelijden met De Jongh, Rosseler en De Volder. Ze hebben zich gisteren laten vangen!  Ze reden weer hun darmen leeg, maar dat telt niet. De vogels waren gaan vliegen. Twintig kilometer voor het einde lieten ze na een enorme achtervolging tegen de wind in ineens de armen zakken. Ik begrijp dat niet. Rosseler is zo’n sterke mens. Staalblauwe ogen, een sterke neus, een zware zilveren oorring, tatoeages, ik vermoed dat hij grolt als hij klaarkomt. De Franse routiers waarmee ik de tafel deelde in La Cuisse de Poulet, kicken op Rosseler en zijn maats. Het zijn coureurs, maar hebben het karuur van truckers. Anderzijds lachen de cammioneurs de blauwe garde natuurlijk uit omdat ze zo hard werken zonder resultaat. “Steegmans gaat in Nantes winnen”, zei ik nog tegen beter weten in een half uur voor het einde. Gert Steegmans, met wie ik vele gebreken gemeen heb, is één van mijn favorieten en is zeker zo sterk als die mooie, grote hond die naast mij aan tafel mee zat te kijken. Veel Franse truckers hebben een hond als gezel. “Een ex-drughond”, zei zijn baas. “Het dier is vriendelijk maar heeft veel afgezien in zijn leven, zo nu en dan ontploft hij, raak hem vooral niet aan.” Een echte Steegmans dus. Als Gert zijn kuur krijgt wint hij met tien meter voorsprong, maar op gewone dagen duwt zelfs een magere haring hem uit het wiel van Rosseler. Zondag in Saint-Brieuc stond ik op 500 meter van de meet. Ik snakte naar een Belgische overwinning en kreeg kippenvel van het spektakel. Kettingen kraakten, er werd gerocheld en ik dacht dat ik knieën hoorde kraken. Ik zag de grote gestalte van Steegmans, kreeg hoop, maar twee, drie beulen tegelijk ontnamen hem alles. Na de meet gooide hij zijn fiets niet tegen de dranghekken zoals dat  hoort. Nee, hij zei “Sorry”. Hoe zou zo’n lieve jongen kunnen winnen van een Thor Hushovd wiens voorvaders Vikings waren en die apéritiefden met maagdenbloed? Er zal weer ruzie geweest zijn in de bus van Quick Step. Hou het stil, ik wil niet de naam hebben dat ik dat gezegd heb, maar de tour is pas groots als er ruzie is.

“Stegmns? Die ken ik niet”, zei de baas van de hond. Het peloton brak in drie stukken, Credit Agricole begon te rijden om vier vluchters waaronder twee Fransen in te halen. “Fransen rijden tegen Fransen”, zei de commentator op France 2. Olala. Nantes begon te branden. Kijk, bij belangrijke wielerwedstrijden komen duizenden mensen samen en meestal gebeurt er niets. Maar vandaag stond heel Nantes op het punt verwikkeld te raken in een massale vechtpartij. Ik verstopte mezelf in het toilet, waar ik op mijn draagbare tv ongestoord naar de spurt wou kijken. Maar Franse wc-potten hebben geen bril, je kunt niet gaan zitten en het ruikt er naar gegrilde andouillettes, het dagmenu. Gelukkig kwamen de Franse ploegen tot een akkoord en bleven de leiders voorop. Ik weer de zaal in. “Een grote dag voor Frankrijk!”, klonk het. Een kleine, magere Fransman had gewonnen. Ik wou meteen weg, maar die hond, zo hoog als een rennersfiets, sprong me op de nek. Hij rook de energiebars die ik had gekregen van een Harrifordhostes. Ik gaf mijn doosje af. Steegmans bolde ondertussen uit tot waar ik stond en veegde het snot uit zijn ogen. “Sorry” zei hij ook deze keer. De Quick Step-ploeg leek zwaar ontgoocheld. Madame Soleil heeft het mij voor de start in Bresse voorspeld: “In de Tour zal die ploeg zichzelf tegenkomen. Het is een afscheid en een nieuw begin.” Ondertussen blijft Cadell Evans mijn favoriet voor de eindzege. Aan de start deze morgen lachte hij als een gelukkige boerenzoon. Hij werkt hard aan zijn dor imago daarbij geholpen door een neef die zich verkleed als een stekende bij zo wordt gefluisterd (foto).

*

HET LAATSTE VERHAAL

PARIjS!

Marc Coucke (links) en de Franse rocker Boro tijdens hun zwart-wit party

Eerlijk gezegd ik had niet verwacht dat het natour Lottofeestje zo gezellig zou zijn. Ik kreeg meteen mijn handen vol drank en dus herinner ik mij niet alles haarscherp, maar wat ik zag overtrof al mijn verwachtingen. Het Sastre-feestje kan niet positiever geweest zijn! Chiara zat aan de piano en speelde ‘Paris ’s éveille’ en ‘In de Moulin Rouge heb ik uw gat gezien’ van Juul Kabas. Iedereen lachte tranen en dit ondanks hun groot verdriet. Trouwens studentikoos Parijs brandt in 2008 als in mei ’68. Deze keer is het rookverbod de blokpijn. “Sinds het rookverbod is elke scheet in een café  een stinkbom”, zegt ceremoniemeester Olivier. “En die coureurs kunnen trompetten hé! Is dat die nieuwe EPO die zo stinkt?” Zo heeft iedereen zijn eigen miserie. Gelukkig hebben Vlaamse mensen een hoog Ubanusgehalte.  Ik vraag enkele Lottomensen of ze boos zijn omdat Redant weggaat en ze zeggen nee, maar ze zijn wel boos op Frison en Sergant omdat die blijven. Prachtig toch? Waarom Heer staat de maïs twee keer zo hoog in Frankrijk als in West-Vlaanderen? Wij zijn toch veel leuker? Op de juke box zingt Laura Lynn ‘Je hebt mij duizend maal bedrogen’.

Mijn vriend Marc Coucke lipt in gedachten met Laura mee.

Cadel, die ik enkele uren eerder nog een gebroken man, lachte ook. Hij voelde ook weer aan zijn place down under, maar deze keer zocht hij wel naar zijn portefeuille. Ook mijnheer Coucke had geweend zag ik, maar was toch ook een beetje gelukkig. Paul d’Hoore, één van de Silence VIP-gasten in deze Tour: “Mijnheer Coucke is een ervaren beursganger en weet zich in te dekken.” Hola, ik snap het. Die twee sloebers hebben via eurobet.com gepronostikeerd op Sastre. Dat is slim! Die mannen dachten als we de tour niét winnen moeten we ook eten. De Cauwer had het niet beter kunnen plannen. En in de rechtstreekse van zondag werd mijn vermoeden bevestigd: “Ik heb de pronostie gewonnen”, zei Marc Coucke tegen Renaat Schotte. Ik was trouwens niet geïnviteerd op het Lottofeest omdat ik zoveel flauwe grappen heb gemaakt over hem en Cadel maar vermomd met een Karadzic-bril werd ik binnengeroepen met enkele andere clochards om de jupiler op te drinken. Marc Coucke had op voorhand gezegd dat het géén Geel leuk feestje zou worden, eerder een zwar-wit feestje en dat rocker Boro, de promotieman voor Omega Pharma Frankrijk, ten dans zou spelen. En dat laatste klopte, dus heb ik mij laten vervangen door Karadzic zelf, die voor mij dit eerlijk verslag heeft gemaakt. “In éénentwintig hotels geslapen en niet één keer op een zacht kopkussen”, kloeg de ex Silence-kopman Cadel. Tja, één klein pilletje en hij had gewonnen, maar hij mocht niet van Chiara. Met zo’n knappe carrosserie en een Italiaanse motor is het niet makkelijk de Tour te winnen, als je één keer te diep bent gegaan.. Het is waar, als je niet wint heb je vrienden. Cadel is a good looser, zegt Riis. De Deen is helemaal van de wereld na een everzwijnfilet met paddestoelensaus. Iemand van Quick Step wil mij trakteren omdat ik aan Maria in Lourdes heb gevraagd om Steegmans te laten winnen in Parijs. Een Palmke? Een Kasteelbierke? Een Kwakske? Nee, dank u. Het is nu genoeg geweest. Ik ga met meewind recht naar de Oesterput voor Vlaamse mosselen op drie wijzen en daarna naar Het Witte Paard omdat ik ook eens wil lachen.  Dank u lezers voor de brieven met steun, ik wens u allen een sportieve zomer. Sinds mijn eerste Tour in 1988 is er aan de coureurs niks veranderd, alleen de verslaggeving is sneller geworden en kwaliteit wordt verward met realiteit, maar wij deden het ouderwets. En zoals Zabel zei na die donderslag in het Centraal Massief: dit was mijn laatste Tour.

*

DE voorspelling van de TAROTKAARTEN

Kasteelheer Hervé ‘Nostradamus’ bouwde zijn kasteel helemaal zelf, steen voor steen, een belofte aan het sterfbed van zijn opa

“Ik ga failliet, ik mag geen alcohol meer schenken onder de achttien en de ouderen mogen niet meer roken.” De nieuwe Franse wet van Sarkozy wordt onder de platanen in Saint-Remy de Provence fel gecontesteerd. Het café is leeg, maar het terras zit stampvol rokers, zelfs de petankers hoesten. Enfin, we gaan niet zagen, maar er klopt iets niet. En sorry Vlaanderen, het is hier zonnig, erg warm en ’s avonds duizend sterren aan de hemel. De kaarten zijn geschud. Hier, in het geboortedorp van Nostradamus open ik de enveloppe met de resultaten van een tarot-sessie gehouden in kasteel Val in Bretagne. Over vijf minuten gaan we weten wie de Tour wint. Het gaat nog tussen zes coureurs. Menchov, Kohl, Schleck, Vandevelde, Evans en de favoriet van hierboven Valverde. Dit dorp heb ik met grote zorgvuldigheid geselecteerd voor het openen van de enveloppe met de profetie. Vandaag  zaterdag19 juli om 13u13 rijden de renners door de smalle straten van Saint-Remy de Provence, het Lourdes van de waarzegger Nostradamus. En precies dertien dagen geleden heb ik in Kasteel Val te Val, na de vierde rit, de reïncarnatie van Nostradamus ontmoet. (foto). “Mijn opa was ooit de armste knecht in dit kasteel, maar op zijn sterfbed voorspelde ik dat ik het kasteel ooit zou kopen. Ik was een kind en wist niet beter en hij gaf mij een kruisje. Maar ik heb het toch maar gedaan! In de oorlog was het een hoofdkwartier van de Nazi’s en werd het platgebombardeerd. Het puin heb ik kunnen kopen voor een appel een ei. Steen voor steen, heb ik het weerom opgebouwd. Dertig jaar werk.” Het is een exclusief hotel geworden met een wijnkelder die tot de twintig beste van Frankrijk behoort. Meneer Hervé had een fles Chassagne Pulligny Louis Latour uit 1996 gereserveerd omdat na zo’n fles het voorspellen secuurder wordt. Robert Hossein, de Franse filmmaker is een persoonlijke vriend van meneer Hervé en zijn wijnkelder en alles was perfect in scène gezet in de ridderzaal. Een hemelbed, aan haardvuur, het toilet was te chique om in te pissen en in het ruime bad kon windsurfen. Spijtig dat door het slechte weer de kamer stonk naar geitenmest en oude melk, maar het project was te belangrijk om te laten vallen vanwege geurhinder. Laetitia, een ervaren keukenhulp deed d geurkaarsen: “Onze oudere klanten kunnen hun gassen niet altijd optimaal controleren en nu er geen sigarenrook meer is valt die geur slecht bij liefhebbers van dure wijn.” Ik heb Laetitia gekozen als assistente omdat ze buitengewoon charmant is en niet mooi, type casting zeg maar. Hossein heeft nog met haar gewerkt en Hossein is zelf negentig en zij was toen al diva. Enfin, ze iets te gretig met de Latour en na de eerste kist dacht ik dat ze dood was, want ze ging stijf op het hemelbed liggen. Gas in de longen, komt voor bij het ouder clientèle, zei Nostradamus. Genoeg retro, terug naar de Tour. “Wie gaat winnen?” Niemand anders dan ikzelf heeft die kaarten ooit aangeraakt. Thuis liggen ze in mijn geheime safe. Laetitia fotografeerde het resultaat, noteerde alles en deponeerde de voorspelling in een verzegelde briefomslag die ik pas zou openen in Le Grand Café tegenover het geboortehuis van Nostradamus. En hier zijn we dan. Het resultaat:

Valverde verlaat de Tour. Frank Schleck wordt vijfde. Menchov pakt even het geel, maar wordt door laster en leugens uiteindelijk vierde. Vandevelde wordt geflikt en blijft derde. Ik moet nog vertellen dat Johan Museeuw die nacht in het kasteel sliep. Tegen Amerikaanse tv-mensen hoorde ik hem reclame maken voor de Museeuw-fietsen, maar de Amerikanen werden afgeleid: “Wat stinkt dit kasteel toch naar oude melk en geitenkaas!” “Sorry, dat komt door de linzensoep van deze middag.”  Johan was verlegen. Tweede wordt Kohl. En met een tikje hoerenchance wordt Evans verdiend eerste. Het wordt spannend in de Alpen.

*

DE rebellen van de publiciteitsKARAVAAN (Helena)

Kan u vijf uren zonder een bezoek aan het toilet? Het is de eerst vraag die je krijgt bij het sollicitatiegesprek van de ASO om een vakantiejob in de karavaan van de Tour te krijgen . Ik leer Yannick (29 jaar) kennen, hij rijdt een hele maand rond met de reclamewagen van de organisatoren zelf, een grote gele toeter op een camion gemonteerd. Het is de bedoeling dat ze het volk naast de baan opwarmen een half uurtje voor de coureurs passeren. Stresserend? Ja, want het publiek zit onder de adrenaline. Ze springen voor en tussen de reclamewagens om toch maar gadget te kunnen grabbelen. Het is het derde jaar op rij dat Yannick hier aanwezig is, want de magie van de Tour, de charme, het avontuur en de mooie meisjes trekken hem elke keer weer over de streep. “Tijdens de voorstelling van de nieuwe tour in oktober zie ik mijn vrienden en vriendinnetjes terug van het jaar daarvoor en dan vergeet ik de dure eed dat ik nooit meer aan dit zottekesspel wil meedoen, dan teken ik ter plaatse weer een contract voor een volgende zotte maand juli.”

Yannick en zijn collega’s krijgen als vergoeding twee VIP-tickets voor de startceremonie van de Tour en twee voor de VIP-tribune aan de aankomt in Parijs en 2000 euro per tour, onkosten inbegrepen. De dagkosten voor eten en drinken zijn berekend op 20 euro. “Vroeger lagen die kosten aan ietsje hoger, want dan dronken de karavaanmensen heel wat alcohol,maar dat is nu verboden. Vandaag de dag krijgen niet alleen de renners dopingcontroles van het ASO, de organisatie die de tour organiseert, maar ook de werkmensen in de publiciteitskaravaan. Uiteraard eerst en vooral de chauffeurs van die gigantische praalwagens, maar daarnaast ook de parapluverkopers, de speakers die de hele tijd via een microfoon het publiek opjutten én zelfs de danseressen!” Het volledige arbeidsreglement bestaat 40 bladzijden, maar niemand leest dat.

Yannick is een veteraan en heeft al veel meisjes zien gaan en komen. “De eerste dag op de wagen zwaaien ze met hun rokken, wuiven ze naar iedereen langs de kant van de weg en werpen ze kushandjes”, vertelt hij. “Een week later wuiven ze nog amper. En de laatste week moet je al een heel knappe gast zijn omdat ze nog goeiendag zouden zeggen. Zo afgepeigerd zijn ze aan het eind van de Tour.”  De werkers van de karavaan worden elke morgen om half zeven gewekt, en ’s avonds rond een uur of acht zijn ze pas weer vrij. Genoeg om een dag een dag te noemen, maar niet als je jong en wild en in de Tour de France bent. ’s Avonds  zoeken ze uit waar ergens in de buurt van hun hotel – dat mag 50 km uit de buurt zijn, een discotheek te vinden is en dan rijden ze daar …met de praalwagen naartoe, ze hebben geen ander vervoer. Twee, drie uur dansen en weer terug naar ’t hotel.

“Dit is een job waar je goedgezind van wordt. Waar elders op de wereld vind je nog een werkplaats waar duizenden mensen samenkomen om gelukkig te zijn, mensen die een hele dag wachten in een brandende zon, of in de plassende regen, en die dan content zijn met een speelgoedje dat nog geen tien cent kost. En ik mag dan als een soort sportieve sinterklaas dat cadeautje uitdelen. De mensen zijn zelfs dankbaar als je even wuift, met de lichten knippert of claxoneert.”

Waar zijn jonge mensen samenzijn, ontstaan natuurlijk liefdesrelaties. “Ik mag zelfs zeggen dat we allemaal een vaste tourpartner hebben, die ook in de karavaan werkt. Maar eenmaal de tour gedaan, gaat iedereen weer zijn weg, er zijn nog geen huwelijken uit voortgekomen en geen kinderen. Het jaar daarop evenwel, wordt de relatie hervat.”

Voor Yannick zijn de ritten in de bergen de ultieme kick. “Met die enorme wagens de smalle bergwegen oprijden naar bijvoorbeeld de top van de Col d’Aspin vinden we het einde. En dé gebeurtenis is het afscheidsbal in Parijs op de Champs Elysée georganiseerd door het ASO als dank voor onze medewerking, dat is elk jaar huilen en lachen tegelijk.

*

DE REL rond CADEL (Ivan)

De tarotkaarten over Cadel, derde kaart toont het wantrouwen, de vierde de nakende nederlaag en de vijfde ‘overbrugging’ wijst op een goede afloop voor de renner zelf

De rel rond Cadel loopt uit de hand. Zowat de hele perszaal kan zijn bloed drinken. “Hij is nog een grotere blaaskaak dan Lance Armstrong”, zeggen ze. Ik denk dat ik vannacht nog later uit de bar van het Silence-Lotto-hotel ben weggegaan dan Hugo Camps en dat is een uitdrukking. Dat betekent dat de nacht bachanaal was en vol zware discussies. Maar ik moést daar zijn. Het hart van de tour  klopt sinds gisteren in de  borstkas van Silence-renner Cadel Evens. Veel zijn overtuigd dat hij de enige ernstige kandidaat tourwinnaar is, maar hij creëert vijanden en ‘Cadel is geen winnaar’, fluistert het Franse asfalt.

Waarom zijn de journalisten zo kwaad op Cadel? Welnu ten eerste heeft de Australiër dit jaar de sterke Serge, de beroemde ex-lijfwacht van Armstrong ingehuurd. Serge slappt met de ogen open en is een politieman met speciaal verlof uit een moeilijke kant van Brussel. De man mag niet slaan natuurlijk, maar hij geeft de indruk dat hij dat wel zal doen als hij denkt dat het in dienst is van het volk… Of Cadel. Toegegeven er kwam een tsunami van fotografen en journalisten over Cadel gerold meteen na de aankomst. Maar nu niet meer. Niemand krijgt nog een kans om de Austaliër te benaderen. Cadel wordt krachtig afgeschermd door zijn lijfwacht en meteen in een soort ambulance geduwd en naar een geblindeerde bus gereden. Daar aangekomen wordt hij vakkundig in de bus gekatapulteerd zonder dat hij nog een woord tegen iemand kan zeggen. “Omdat elke seconde rust waardevol is”, zegt de woordvoerder van Silence.

Filip Demuyttenaere, woordvoerder Silence Lotto

Later op de avond geeft hij toe dat ze overdrijven, ‘maar het kan niet anders’. De echte reden hoor ik die nacht in de bar van het Novotel in Nantes. Het was er gezellig als in een Vlaams stamcafé, want bij de Silence ploeg werken de gezelligste mensen van het peloton. Pintje vanhier, pintje vandaar, nooit pintje leeg. Ze hebben zelfs een rocker in hun rangen. Boro is zijn naam en die krijgt nu en dan vriendschappelijke mails krijgt van onze Vlaamse Roland, de bluesman. Rono is een intieme vriend van bergkoning Richard Virenque en zijn huidige vrouw, een zeer langbenig model. “De vorige vrouw van Richard is vorig vorig jaar uit de Tour weggelopen omdat ze er niet meer tegen kon en ze is nooit meer teruggekomen.” Het zegt veel over de Tour, maar Richard Virenque heeft voor één keer niks met de rel in het peloton te maken. Enfin bij Silence drinken ze graag pintjes, ze snurken toch niet. En de mannen van Kookeiland die voor het Silence-eten zorgen drinken jenever en de Coucke-mannen van de documentaire ‘Yell for Cadell’ trakteren blonde Leffe. En bij hen ligt de sleutel van het geheim. De Cadel die wij kennen, een goedlachse, simpele boerenzoon die een sexy pianiste heeft gewonnen in een Italiaanse tombola ligt bij de firma Yell for Cadel onder exclusief contract.

Alleen zij mogen hem na de aankomst interviewen en dààrom duwen ze hem na elke rit meteen in hun auto, filmen ene interviewen ze hem terwijl hij nog bloedmoe is en zetten het resultaat meteen op internet. Je kunt dat gratis zien op www.yellforcadel.com. Het zijn vaak straffe beelden. Geen wonder dat de Spaanse, Italiaanse en voraal de Australische journalisten een soort ‘haka’ doen als ze door die wegschurende camionette worden omvergereden of door Cadels lijfwacht worden doodgeslagen.

Tot een uur of tien zag ik de Silence-renners over de binnenplaats zwerven op zoek naar een babbeltje voor het slapengaan. Hoste en van Sevenant met een strak gezicht (ik denk dat die niet te lang in deze  Ronde gaan meerijden). Robbie McEwen, die zei dat hij op zijn kamer naar een video ging kijken en zal meegaan tot parijs. Brandt, Van Summeren, alle renners maar Hem niet. Cadel Evans is de kluizenaar van de Tour. Eén tegen allen. “Als Cadel ooit doping pakt, sla ik hem dood” zegt zijn vrouw. Als ze maar niet te laat is en bovendien zal ze eerst die lijfwacht moeten uitschakelen. Bon chance mooie muzikale Chiara, een dikke kus van een fan van je man

*

DE RUSTDAG (IVAN)

“Misschien goed voor uw schouder.” Cadel keek gefascineerd naar mijn plastic bus met gewijd water. Hemel en hel liggen dicht bij elkaar. Hij zit onder de pijnstillers, krijgt slaappillen en zalf tegen schaafwonden. Hij belde nog met zijn vrouw, dat doet hij elke avond en viel als een blok in slaap. Maar om 11 uur ging hij alweer trainen met dezelfde de fiets warmee hij was gevallen. Een kwestie van bijgeloof. Fietsenmaker Bart had enkel de vork vervangen. “Die is van carbon en na zo’n schok vertrouw ik dat niet.” Alles moet just zijn. En correct. Zijn gescheurde trui heeft hij als verontschuldiging aan de gendarme gegeven die hij een stomp verkocht in Banères. Zijn vrouw Chiara corrigeert van thuis uit zijn gedrag en ze is bewust niet naar de rustdag gekomen. Ze speelt op weduwschap, een duivenmelkerstruuk, een duif met grote goesting geeft een duwtje meer.. Silence die regel doorgetrokken, géén rennersvrouwen op de rustdag. De enige vrouw in het Silence hotel was Christel van Marc Sergeant. Maar.. Coureurs zouden geen coureurs zijn. Jasmine Vangrieken de wag van Johan Van Summeren dacht ik te zien in het tuinhuisje naast het Silence hotel.. Hihi.

Chiara’s lichamelijke onthouding loont. Die éne seconde waarmee haar man in Hautacam de trui pakte was pure goesting. Eén keer seks en zijn benen waren vijf seconden trager geweest. Frank Schleck zal zich zijn laatste orgasme beklaagd hebben. Op de site yellforcadell.com is te zien hoe Cadel, ook zonder vrouw, de col de Bonette verkent in de sneeuw, bocht na bocht, meter na meter, soms te voet, zonder glimlach, met de verbeten ernst van een boerenzoon op zoek naar de toekomst.

Ik heb Leif Hoste ook een glas van het Mariawater gegeven. “Wat moet ik daarmee doen?”. Sinds die ongelukkige spurt in de Ronde van Vlaanderen hou ik van Hoste. “Dedju, dedju!”  Ik zie hem nog aan dat hek zitten wenen: Niet opgeven, Leif. Er is schoon geld te verdienen nu Cadel de gele trui heeft. En Van Sevenant ook niet hé, denk aan je bouwplannen.

Cadel aarzelde. Eddy Merckx hebben ze ooit iets gelapt met een drankje in de Giro. “Ik zal dat water dan wel opdrinken”, zei zijn lijfwacht en grabbelde de jerrycan. Cadel reageerde gewoontegetrouw enkele seconden later: “Chiari haar moeder gelooft in Lourdes. Vorige jaar was papa ziek en is ze per trein van Italië naar de Grot geweest. Ik neem het water mee voor hen.”  Cadel’s boerenverstand weet dat er sterkere krachten zijn dan de wet voorschrijft. Met de handen boven de lakens slapen hé jongen! “Dat doet hij”, zegt lijfwacht Serge.

“Stap maar in.” Ik stond achter het Silence Lotto hotel op smalle de baan van Tarbes naar Pau. “Stap alstublieft in, we moeten weg!” Het was de eerste volgwagen van Silence die een invité moest oppikken. Ik was die invité niet. Wat moest ik doen? Eén, twee, drie in godsnaam, daar gaan we. Waw, begeleid door tientallen gemotoriseerde engelen scheerden we langs ravijnen van 500 meter diep en rotswanden van honderden meters hoog, tussen dikke rijen gelukkige mooie mensen, tollend in een roetsbaan van liefde, natuurschoon en sportief genot. Imposant, ik werd dronken door de grandeur van het gebeuren. Dank u Maria van Lourdes. Deze morgen ga ik nog een fles vullen, deze keer voor Yves Leterme. Toen Cadel met één seconde het geel pakte, dacht ik ‘Godverdomme dat water werkt echt!’ Cadel knipoogde op het podium. Hij gaat dood van de goesting en ik ook, maar we gebruiken onze energie in dienst van de vreugde van onszelf en van het volk. Van Geert Hoste kreeg ik voor de start in Lannemezan een Mariamedaillonneke gekocht in de kapel van Bernadette. Als de rit in de Pyreneeën onze laatste was geweest, dan waren we van de ene hemel in de andere terechtgekomen. De eerste sms met felecitaties aan Silencebaas en maecenas Marc Coucke kwam van Yves Leterme. De nieuwe generatie politici en ondernemers zijn arrivée. Maak ons trots jongens!

*

TOUR in LOURDES (IVAN)

Een coureur kun je drogeren met een glas water. Geen beter pepmiddel dan geloof. Vandaag 14 juli, rond 14 uur, rijdt de Tour door Lourdes. U moet dat voelen, want ik heb een kaars voor u gebrand, vanaf 14u zal het beter gaan voor alle lezers en lezeressen van deze rubriek. Mijn vrienden Cadel, Steegmans, Volderke en Hoste hebben mij gedwongen een kaars te gaan branden. In Toulouse zag ik Gert Steegmans twintig meter voor de meet op zijn stuur slaan, terwijl ze hem links en rechts voorreden. Hij was vuil en stonk naar natte honden en zei dat hij er niets kon aandoen. Hij is anderhalve keer zo groot als Cavendish en twee keer zo sterk. Maar het geloof ontbreekt bij Gert. Ik heb gisteren nog de tourkaravaan verlaten en ben zeer gemotiveerd in Lourdes aangekomen. Toen ik daar rond de middag in café De nieuwe Non op de radio hoorde  dat Cadel was gevallen, wist ik het zeker, mijn initiatief was een goede ingeving. Hoogtijd voor  een ommegank, want Volderke ziet af en Hoste kan dat àltijd gebruiken. In juli komen duizenden Vlamingen naar Lourdes. Het was Ivanneke van hier en Ivanneke van daar. “En wat mankeert gij?” Een wielertoerist uit Meerbeke gaf me een jerrycan met 10 liter gewijd water. “Voor de coureurs. Ik heb het toch niet meer nodig, ik ben genezen door mijn huisdokter.”  Mijn Lourdesdag begon met het aansteken van een kaars voor alle Vlaamse mensen die ziek zijn een tweede kaars voor een beter pensioen. “Ik kan u niet beloven dat ik u in dit leven gelukkig kan maken”, zei Maria tot Bernadette, maar met mijn huidig pensioen zal mijn kaars niet lang branden.

-

Ivan Heylen, Cadel Evans en lijfwacht Serge bij het overhandigen van de bus met wijwater

Statie 1, Jezus wordt onschuldig veroordeeld. Die is voor jou Helena. Ze hebben je aan het kruis genageld en het enige wat je had gedaan was een interview afnemen van Tom Boonen. Deze eerste statie in Lourdes is een trap met veertig uit een rotswand gehouwen treden. Bedevaarders bestijgen die korzelige trappen op hun blote knieën. Op de veertiende trede riep iemand met wijd open armen ‘Heer vergeef mij mijn zonden’. Ik dacht Johan Museeuw te herkennen, maar ’t kan ook zijn ex-ploegleider geweest zijn.

Statie 2, Jezus neemt het kruis op zijn schouders. Kaars voor Volderke. Nu Steegmans in de spurten achteruit rijdt moet Stijn alle verantwoordelijkheid dragen. Lieve Stijn, ik zie je graag blozen van gezondheid. Maar aan de start praat je tegen niemand, je lacht niet, je kijkt star voor je uit en je bijt op je nagels. Ik zal een blauw Maria-schabbelierke voor jou kopen.

3. Jezus ontmoet zijn moeder. Sinds Carla Bruni president van Frankrijk is, zijn de peren rijper en de tv-journaals warmer. Doe ook eens iets Véronique! Met wie? Met Leterme, natuurlijk. Na de 15de is het te laat.

Ivan voor de grot, bus water en kaarsen in aanslag

11de statie. De Kruisiging. De beulen ontnemen hem zelfs zijn kleed. Laat ons bidden voor de renners die nu door een regiment Franse gendarmes worden gearresteerd na een positieve plas. Het is maar een koers, hé. Zalig zijn zij, de simpelen van geest. Ik heb aan de Grot gevraagd of er nog dopinggevallen aankomen. “De Heer brak het brood en verdeelde de wijn. En op water en brood en wijn zullen zij de Tour uitrijden”, kreeg ik als antwoord. Dat zou dan de eerste keer zijn in eeuwen en eeuwen amen en dus een mirakel. “Hebt u nog vragen?” De stem kwam uit een braamstruik. Er schoot me niet zo gauw iets te binnen, want ik had aan het wijwater gezeten, vermengd met Ricard. “Pff.. Misschien weet U wie de Tour gaat winnen?” “Valverde.” “Uh? Kent u iets van koers, Heer?” “De tourbazen bidden elke dag de nagels uit mijn kruis omdat geen Australiër, Amerikaan of Engelsman zou winnen, en omdat er geen behoorlijke Fransman meerijdt, kan ik niet anders. Doe dan maar Valverde, zeggen ze.” “En Steegmans, Heer?” “Die moet wachten, misschien in Parijs.” Uit naam van de transportfirma Steegmans, van Quick Step, en de Prins van Monaco in de Tour aanwezig, dank U. Lourdes 2008. Veel volk, maar minder nonnen, meer donkere mensen, minder zieken en minder gezang dan 20 jaar geleden. En alles is twintig keer duurder. Maar het water is nog altijd gratis.

*

CENTRAAL MASSIEF (Ivan)

+

*

De dag van gisteren had een hoog testosterongehalte. Zo nors de Bretoense vrouwen waren, zo vriendelijk zijn ze in het Centraal Massief. Laag uitgesneden mouwloze topjes in felle kleuren en daar boven een lachende mond en ros haar. “De borsten zijn de spiegels van de ziel” heeft Gérard Depardieu, die hier een wijngaard heeft, ooit gezegd. Depardieu weet dat de inkijk die de vrouwen van midden-Frankrijk tourmensen gunnen een culturele reden heeft. De vele kleine bergdorpjes in de buik van Frankrijk, waren eeuwenlang onbereikbaar – in de winter zijn ze dat nog – met als gevolg dat de meisjes trouwden met de jongen van de buren en dat hun kindjes op hun beurt trouwden met de buurjongen. En op den duur waren alle buren familie van elkaar. Op de kippenmarkt bij Savanat zie je behalve grote, lelijke zwarte kippen, ook tientallen ouderen die allemaal op elkaar lijken, allemaal neven en nichten. Ze heten ook allemaal Depar

dieu of zo en zijn ofwel geniaal of anders kierewiet. Er is hier nieuw bloed nodig. Snap je nu waarom de hopeloze vrouwen van het Massief een willoos instrument zijn van hun dominant oerinstinct? Waarom ze mouwloze topjes dragen met een diepe ‘V’-uitsnijding? Maar in de hotels, in de bars, in de winkels en op de kippenmarkt komen bijna geen vreemde mannen omdat de bergweggetjes van dorp naar dorp te smal zijn voor toeristen. Wie naar de Côte d’Azur gaat, rijdt via Lyon, wie richting Spanje moet, gaat langs Bordeaux en verdoken tussen dichte bossen en hoge bergen ligt het Centraal Massief. Niemand moet hier ooit passeren! En mijn God! Hier is werk. Heel dat middenstuk, heel die buik van Frankrijk wacht op non-lokale mannen. Het is hier een beschermd natuurgebied, maar wie maalt om zware metalen in bergriviertjes als de vrouw in nood is? Deze streek sterft. Het beeld dat me tot nu toe het meest heeft ontroerd in de Tour was een jongen van een jaar of veertien, hij stond in de deuropening van een klein huisje in een petieterig bergdorp, om elf uur in de voormiddag, de renners zouden pas drie uur later passeren, en hij wuifde naar onze auto. “Neem me mee, meneer. Neem me mee”, las ik in zijn gebaar. Ik krijg er nog koud van.

Enfin, ik moet nu echt dat testosteronverhaal vertellen. In mijn eentje kan ik dat probleem van die inteelt toch niet niet oplossen, enkel melden en genieten van wat vriendelijk wordt aangeboden. Longe de porc (varkenslendenstuk) bijvoorbeeld, geroosterd boven een open vuur, met vin rouge uit een regenton, kruiden uit de grachtkant, een musette, vrouwen met wijde rokken die met tegenlicht alle vormen laten zien. Ze weten wat de mannen van de Tour kan verleiden, de boerinnen van het Centraal Massief. Ik zit na te genieten terwijl ik dit schrijf. Ook al zijn ze – wellicht door de hoge nood – niet altijd even fijngevoelig. Na het varkensvlees en de taart met bosbessen de plaatselijke facteuse (brievenbestelster) of ik de 70 manieren kende om een vrouw te bevredigen? Bof…”Geef ze ’s morgens een VIP-kaart voor de Tour en ’s avonds een soixante-neuf.” Jawaade, mijn hondje.. Op de top van de col de Super-Besse is de lucht ijler, ’t zal dat zijn. (Eddy Merckx werd in deze streek vijfendertig jaar geleden weggevoerd met een ambulance wegens zuurstofgebrek. Zou hij…?”  De facteuse zegt dat ze dat voorval met Merckx als jong meisje persoonlijk heeft meegemaakt en dat ze de weduwe is van een Duitse oorlogsveteraan en dat ze graag de Javonaise danst en op het moment dat ik haar dood wil slaan met mijn laptop ziet ze de stokoude Erik Zabel naar de Quick Step bus strompelen. “Mijn idool”, roept ze. Zabel, waarschijnlijk op zoek naar een contract bij Lefèvre, denkt dat hij getroffen wordt door een bliksem, want het onweert.

In de war van mijn eigen zondige gedachten, ga ik schuilen in mijn hotel. Een rosse, spitsmagere receptioniste van een vochtig wijnjaar, buigt een weinig voorover en vraagt zoeterig: “Komt u van ver, meneer?” Ja, van héél ver. “Kamer 306 meneer. Er is roomservice.” Inteelt? Ze maken er het beste van in het Centraal Massief. Hup  naar Toulouse. Ik ben benieuwd welke problemen de tour in de Pyreneeën zal moeten ondergaan.

AGENTEN (Helena)

Stelen, obstructie van het onderzoek, een opgestoken vinger naar de politie, het kan in Frankrijk. De klassieke wijkagent die alles vergeeft, bestaat hier nog. Ludovic Cruchot, de gendarme van Saint-Tropez, de man die altijd overal de schuld van kreeg terwijl zijn meerderen met de eer gingen lopen.

Wij hardwerkende mensen herkennen dat gevoel. Moord, diefstal, zelfs zeer zware verkeersovertredingen, de agenten die in de Tour het verkeer regelen, mogen niet reageren. Ze kunnen enkel op hun fluitje blazen, roepen of naar de kazerne bellen om hulp. In de buurt van Albi zat ik op het terrasje van bistro Les Beaux Séjours toevallig naast meneer Ludovic, een plaatselijke gendarme die net gedaan had met zijn Tourshift. «Wat er ook gebeurt, we mogen ons niet moeien. Onze taak is: die éne zijstraat blokkeren voor alle verkeer, niets meer, niet minder.» Na zijn werkuren drinkt Ludovic een glaasje Ricard pur, vergif voor niet-Fransen. «Tijdens de Tour zijn we verantwoordelijk voor één zijstraat van vaak minder dan vijf meter breed.»

Nu begrijp ik het: je rijdt over een witte streep, snijdt bochten af, steekt rechts voorbij en de agenten zeggen vriendelijk ‘bonjour’. Op iedere hoek van elke zijstraat, hoe klein ook, staat zo’n agent. Tweehonderd kilometer lang, duizend zijstraten ver, op ieder kruispunt met elke landwegel staat een agent die zich maximaal in een cirkel van tien meter mag bewegen. En wat erger is: de agenten moeten de privéveiligheidsdiensten van ASO, hun baas, blind gehoorzamen. «En niet zelden worden we door hen terechtgewezen. Soms stilletjes, maar ook heel luid. En ho-ho, dat doet pijn.» Een pijnpunt voor Ludovic, dat burgers hem mogen afsnauwen. «Merde.» Maar discipline is de ruggengraat van het korps. Omdat ze tijdens hun opdracht bij die zijstraat geen seconde verstrooid mogen zijn, mag geen enkel lid van hun gezin, vriendenkring, sportclub of een door hen bemind huisdier, binnen een straal van honderd meter komen. Van acht uur ’s morgens tot de koers voorbij is, soms pas twaalf uur later.

Ze mogen ook niets aannemen van supporters – geen frisdrank, geen voeding – en ook niet van de publiciteitskaravaan. «Maar we mogen wél naar de danseressen op de wagens loeren.» Als Ludovic lacht, doet hij dat met dezelfde guitige oogjes als Louis de Funès. Hij houdt van zijn job.

De wachters met dienst moeten volledig in uniform zijn, geladen revolver incluis, ook al is het 35 graden warm. Ze kunnen de Touropdracht niet weigeren, en kunnen niet kiezen waar ze staan. Ze krijgen allemaal hetzelfde lunchpakket mee: één appel, één flesje Vittel, één sandwich en één droge koek. En ze mogen nooit, maar dan ook nimmer ofte nooit hun post verlaten. «Ook niet om te plassen.» Waar doen ze dat dan? Geen antwoord. De volgauto’s schuren vaak al om tien uur ’s morgens met waanzinnige snelheden langs het parcours. Mocht er op dat moment een boerke uit een zijstraat komen, dan is het boerke plat. En wiens schuld zou dat zijn?

Het is duidelijk een mooie en nuttige taak die de soldaten van Saint-Tropez uitvoeren, maar veel vrijwilligers melden zich niet. «De meeste collega’s doen het liever niet», zegt Ludovic. Maar de kadetten van de politieschool die zich vrijwillig aanbieden, krijgen extra punten voor hun eindexamen. Voor de ouderen geldt zo’n dag als een gewone shift.

Dankzij deze agenten is er dit jaar nog geen enkel ongeval gebeurd. Duizendmaal bravo, heren!

Dag Ivanneke,

Tja, Helena, we moeten allemaal wel eens wildplassen of erger. Als het moet, moet het. Toen ik tien jaar geleden nog met de journalistenwagen midden het peloton mocht rijden, zag ik tijdens de beklimming van de Tourmalet vanuit mijn ooghoeken een renner met een oranje trui de diepe gracht naast de baan intuimelen. Maar niemand reageerde! Ik sloeg alles dicht en spurtte naar de gracht waar die ongelukkige coureur volledig in verdwenen was. Zijn fiets lag half over de rand en de renner zat schuin voorovergebogen op de modderige bodem en kreunde. Ik herkende meteen de vlaskop van Erik Dekker. Hij bewoog niet meer. «Is het erg, Erik? Heb je pijn? Kun je nog bewegen? Maar zég toch iets!» Dekker draaide langzaam zijn sterke hoofd om, kreunde en bekeek me als was ìk dat wat hij van tussen zijn gespierde billen drukte. Groot, heel groot misverstand. Voilà, nu weet je ook hoe en waar die moedige agenten het doen. Op de hurken, koppeke nog net boven de gracht om te zien of er geen verkeer aankomt en hopen dat er geen journalist stopt.

o

De dag voor de BESLISSENDE TIJRIT (IVAN)

Marc Coucke op de vlucht voor viking Bjarne Riis

Gisteren voelde Cadel Evans daar waar de zon nooit schijnt. Het is voor een ervaren wolf duidelijk, Cadel zoekt daar niet naar zijn portefeuille, nee mijn Australische vriend heeft een probleem aan zijn gat hangen. Een ciste of een zweer? Hopelijk geen kloof zoals Eddy Merckx in zijn laatste tour of zoals Philippe Gilbert in deze tour. Ik weet het al sinds l’Alpe d’Huez waar hij meer op de pedalen rechtstond dan hij op zijn zadel zat. Alles wijst er op dat het vel van Cadel zijn beste tijd heeft gehad. Tijdens de tijdrit zal dat ongetwijfeld een rol spelen, want op het grootste verzet duwen coureurs zich met hun reet af op het messcherpe zadel. Laat ons hopen dat de kabouters van Omega Pharma de kloofdichters hebben aangetrokken die bij boksers een open wenkbrauw kunnen dichten in één minuut, geef toe een wenkbrauw of een bilspleet, wat is het verschil als de atleet in vorm is?

Je hebt een zware tour gehad Helena, wij hebben één keer ruzie gemaakt in de perszaal er waren zeker vijfhonderd journalisten bij, ik zag de jongere collega’s verwonderd opkijken en de ouderen genieten, die ouwe deugnieten kennen dat. Een man brengt zijn knappe dochter mee naar de Tour, de coureurs, de verzorgers en de vrouwenlopers maken haar kop zot en vader mag het uitzweten. Ach, als je een dochter of zoon leert met de auto rijden lukt dat ook niet altijd in sereniteit. Het spijt me als ik jou zo nu en dan, om de twee dagen eigenlijk, een beetje pijn heb gedaan heb moeten doen Helena, maar een wolvenjong moet af en toe een knauw krijgen.

In de hoge Alpen heb ik tranen van machteloze woede boven je glimlach gezien. Je werd bedrogen en geaffronteerd door personen van wie je dacht dat het collega’s en dus ook vrienden waren, er werd ook ingebroken in je auto en je hebt aan de voet van een col je goede wagen aan collega’s afgestaan omdat zij zeiden belangrijker te zijn voor de verslaggeving in de krant. Jij bleef achter met hun defecte wrak in een vallei zonder garages omgeven door dreigende Alpencols. We reden met ons ‘ol toegeknepen van de schrik over de smalle richels langs de ravijnen van die afschrikwekkend Alpenreuzen. Geen enkele garagist kon je precies vertellen wat er met de auto scheelde. Waren het de remmen? De motor? De injectie? Het was het geheim van de zwarte rotsen, deze tour heeft gelukkig veel kuifjesgehalte, want alles kwam goed, de auto bleef rijden en we hebben het overleefd. Voor hetzelfde geld lag deze kapitein Haddock ergens in een ravijn, gelukkig hebben we de Camel Throphy nog gereden en zijn we dus al een keer dood geweest. Voor mij ben jij de bergkoningin van deze tour Helena, je hebt recht op een bollentrui, net zoals Carla Bruni zij het om andere redenen. Enfin, we komen misschien niet ongeschonden als vader en dochter uit dit avontuur, maar we zijn wel alle twee veel wijzer geworden – hoop ik.

‘Een glimlach opent vele deuren’ is jouw motto. En misschien daarom situeer je mij in een tijd die voorbij is. Tja, ik heb deuren moeten openbeuken en ik ben misschien wel oud, maar nog niet dood hé… En je weet natuurlijk dat ik van je hou Helena. Het is voorbij en ‘het was goed Helena, zo goed Helena met jou’ (Hugo Raspoet). Ik wens je nog veel mosterd en pickels in je volgende tour en je journalistencarrière, maar voor mij was dit de laatste grote prestatie. Geniet nog van een spannende  tijdrit, want dat wordt het. Cadel en zijn kont, ja. Die Noormannen van Riis zijn misschien instaat om peper in zijn broek te strooien. Kunnen wij ons dat voorstellen? Drie weken pijn als een beest, drie weken alleen en dan kom je bij je mooie duif Chiara, die speelt Ihete taliaanse spaghetti op haar piano in een transparant negligé van Dolce & Gabana en je moet zeggen: ‘Liefste niet aan mijn poep komen hé, alstublieft niet, NEE! Chiara!”. Dit heb ik exclusief hoor, pas na de Tour zal bekend worden gemaakt hoe beurs zijn ballen waren en hoe veel zeer mijn gele vriend had. Kijk, ik geef je dit als een laatste tip: vloekt een renner dan moet een hedendaags journalist twee bladzijden kunnen vullen. Een goeie godver betekent dat hij werd geflikt in de spurt of dat ze wegdemarreerden terwijl hij stond te plassen. Spuwt hij tegenwind en krijgt hij alles terug in zijn gezicht, dan zit hij echt helemaal kapot, spuwt hij meewind dan is hij wel degelijk moe maar nog helder van geest en tenslotte: schopt hij naar een cameraman, dan is hij gefilmd terwijl geduwd werd. Tot slot: als hij plots Frans begint te spreken gaat hij volgend seizoen naar Quick Step. Het is allemaal logisch en Vlaanderen is de mooiste streek van de Tour. Mijn favoriet voor zondag? Vijftig meter voor de laatste bocht demarreert Van Summeren en wint. Je kunt het, doe het dan, doe het dan, schone Johan.

REACTIE HELENA

Ivan, ik ben bang geweest. Als het je voor het eerst overkomt ben je bang. Een donker steegje, je parkeert de wagen, een uur later kom je terug, raam ingeslagen en laptop gestolen. Zelden heb ik zoveel onmacht gevoeld als die nacht in Tarascon. Als groentje had ik schrik om naar de redactie te bellen. “Ja, de huurwagen is beschadigd, ja er is van alles gestolen, ja het is mijn schuld.” Het deed deugd te horen van de thuisblijvende coach dat ik de eerste niet was die dit overkomen is en dat ik  waarschijnlijk ook de laatste niet zou zijn. Een auto met een toursticker in een donker steegje werkt als een diamant op een ekster. Mijn zelfvertrouwen ging pas weer de hoogte in toen ik de Alpenlandschappen zag waar ik mijn kindjes nog jaren ga over vertellen, de volgende keer dat ik de Alpen terug zie zal het met latten onder mijn voeten zijn. En ja, het is bangelijk met die diepe ravijnen en supporters die je bijna van de weg moet rijden. Het word stilaan tijd dat ik terug thuis kom. Als kind ben ik een paar keer met jou mee geweest naar de Tour vader en ik droomde ervan die momenten te herleven. Vijftien jaar later is het anders geweest. Iedere dag in een volgepropte auto van het hotel naar de start, van de start naar de arrivé en weer op zoek naar het volgende hotel, welnu aan het eind van zo’n dag is de inspiratie dikwijls zoek. Met 7000 kilometer op de teller en 1200 mannen op mijn lip en Parijs in zicht is toch één voornemen volbracht, ik ga de Tour uitrijden..

MONACO BLUE

(zwarte komedie)

(semi-documentaire)

MONACO BLUE, de film die het avontuur vertelt van een Vlaamse

op zoek naar

rijkdom in Monaco

“Het heeft zo lang geduurd om de film af te maken omdat de oorspronkelijke film was bedoeld als pilootfilm voor een serie van 52 afleveringen. De Hollywood distributeur Carsey Werner was bereid 52 afleveringen van 50 minuten af te nemen. Helaas kwam de financiering voor de productie ervan niet rond. Dus moest pilootfilm worden herdacht en de vele aanzetten tot plots in de eerste aflevering, moesten worden afgerond. Bovendien moest dit allemaal gebeuren binnen hetzelfde budget, dat al meer dan volledig opgegaan was aan de piloot en de klankafwerking van de piloot en de promotie van de piloot enz. Enfin, eind goed, al goed?

Het wordt een prachtige semi-documentaire film die twee toaal verschillende werelden naast elkaar plaatst, deze van de Vlaamse realiteit waarin de werkende mens voor 10 euro per uur zware arbeid moet verrichten en anderzijds een wereld van superrijken die geen belastingen betalen en voor wie een spaarboek met 5 miljoen armoede is. Een wereld waarin de mooiste vrouwen en de sterkste mannen elkanders minnaars en vijanden zijn.

Het warme hart van MONACO zie je in MONACO BLUE

“Eind goed, al goed?”

Een Vlaams meisje is haar harde leven beu en gaat

op zoek naar ’Pannenkoeken in Monaco’

ze logeert in Hotel de Paris en komt terecht in een wereld van grenzeloze luxe

maar NIET zonder zorgen

een wereld van knappe rijke mannen

een van jaloezie, angst, lichtzinnigheid en megaconcurrentie,

maar ook van bezorgdheid om de buren, de kinderen, de ex-en en de vrienden en vooral bezorgdheid om een pijnloos geweten

starring Laurence Valeri (Frankrijk)

Kirby Carens (België)

Jilly Jackson (Engeland) & Hugo Michel Baret (Italië)

Ed Wright (Monaco)

Frederik E. Barnes (USA) - Liby Bell  (USA)- Colette Poupon (Frankrijk)

Colette Poupon

Nancy Konijnenburg (Nederland)

Neil Seleya (Frankrijk)

the blues story of MONACO BLUE

the glamour of Monaco,

the fun

& the dark side

 

written, directed and produced by Ivan Francies Heylen (België)

for

WALKING FISH PRODUCTIONS

The most authentic portrayal of the elegant Monaco Lifestyle
ever seen on screen

A romantic, realistic, half documentary masterpiece that will make you speechless.

There are no Limits to a Dream